Halverwege


Beleg van Breda

Na 1626 was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan de winnende hand. Steeds meer steden en provincies werden veroverd op de Spaanse koning. Van het goud van de zilvervloot (Piet Hein) betaalde Prins Frederik Hendrik zijn leger. In 1637 belegerde hij de stad Breda met tienduizend soldaten en nog meer arbeiders. In een paar weken groeven die loopgraven met een totale lengte van 34 kilometer. De Prins had goede rekenaars, landmeters en opzichters in dienst. Die waren opgeleid door Frans van Schooten Senior en Frans van Schooten Junior aan de Ingenieurs­school in Leiden. Van hen leerden ze alles over handelsrekenen, vestingbouw, meetkunde en over de Griekse wiskundige Euclides.

Ieder de helft

Twee boeren wilden een rechte weg tussen hun boerderijen. Ze besloten dat ieder zijn eigen helft van de weg zou aanleggen, maar wisten niet hoe ze het punt halverwege konden vinden. Daarom vroegen ze de beroemde Frans van Schooten Junior om advies. Zonder passer of geodriehoek deelde hij de weg in twee even lange stukken. Frans van Schooten Junior zette vier stokken op gelijke afstand in de grond, bepaalde drie keer de kruising van twee kijklijnen en beweerde dat de derde kruising precies halverwege beide boerderijen lag.

Lees de opdracht