1. Hoemen de lengte der liny AB vinden sal, alsmen tot deselve niet en kan komen?
  2. Hoemen met een voor-gestelde liny, bepaelt door de baeckens A en B, sonder tot deselve te komen, in een gegeve wijtte van deselve, een even-wydige liny trecken sal?
  3. Hoemen met een gegeve liny AB, tot dewelcke men niet komen kan ('tzy dezelve gesien kan worden of niet,) een parallel-liny van ver trecken sal?
  4. Uyt het punt C, 't eeniger plaets buyten de liny AB gegeven (staende tegen over deselve tussen beyde punten A en B) op deselve AB, sonder die te genaecken, een perpendiculaer te laten vallen.
  5. Hoemen de lengte der hangende, die van een gegeven punt C op een voorgestelde ongenaeckelijcke liny AB te vallen komt, vinden sal?
  6. Hoemen van een punt buyten een voorgestelde liny, 'twelck naer het eynde der liny gegeven zy, een perpendiculaer van ver op deselve neerlaten sal?