Een graanhandelaar heeft zakken met tarwe en zakken met rogge.
Een zak tarwe verkoopt hij voor 7 gulden, 10 stuivers en 8 penningen.
De handelaar vraagt voor vier zakken rogge even veel als voor drie zakken tarwe.

Hoeveel kost één zak rogge?


In de zeventiende eeuw betaalden mensen met gulden, stuivers en penningen.
Een gulden is evenveel waard als twintig stuivers
en één stuiver is evenveel waard als zestien penningen.