Nu weeg je gewicht in kilogrammen en betaal je in euro's, maar in de zeventiende eeuw betaalde je in guldens en stuivers en woog je iets in ponden.

Een koopman wil specerijen kopen.
Eén pond kaneel kost 3 gulden, één pond kruidnagelen 4 gulden en 10 stuivers, één pond nootmuskaat 3 gulden en 15 stuivers, één pond peper 16 stuivers en één pond gember 15 stuivers.
De koopman heeft 1600 gulden en wil van alles evenveel kopen.

Bereken hoeveel pond de koopman kopen van iedere specerij.


In de zeventiende eeuw betaalde mensen met gulden en stuivers.
Een gulden is evenveel waard als twintig stuivers.

In de oorspronkelijke tekst staat het teken .
Dat staat voor lb en daar wordt mee bedoeld één pond.
Eén pond is tegenwoordig een halve kilogram.
In die tijd hanteerde iedere stad een ander gewicht.
In Amsterdam was een pond 494 gram, maar in Antwerpen 469 gram.