Nu betaal je in euro's, maar in de zeventiende eeuw betaalde je in guldens, stuivers of penningen.

Iemand verdient wekelijks 5 gulden en 8 stuivers.
Aan het einde van het jaar wil hij 89 guldens en 14 stuivers gespaard hebben.

Hoeveel geld mag hij iedere dag uitgeven?


Een gulden is evenveel waard als twintig stuivers
en één stuiver is evenveel waard als zestien penningen.