Alwaer nu deselve in G aen een gehecht zijn / soo laten die oock aen de winckel-haeck GDI aldaer vast ghemaeckt worden / welcke winckel-haeck dan / als door de nevens-staende figuer betoont wort / over-langs met een voor of grouf / eyndigende in G en na I in 't oneyndig uyt-gestreckt zijnde / in 't midden door-boort zy. Nu alwaer dese linialen in B aen een te hechten zijn / soo laten die oock aldaer doorboort worden / sulcx datmen in die een pennetjen / dat in B op 't vlack vast gestoocken is / laten kan / en deselve daer door aen een gehecht worden. Wyders / dewijlder door F en H een liniael met sijn midden geduerig strecken moet / so laet deselve in F met beyde linialen BF en FG vast gemaeckt worden / en overlangs met een grouf of voor doorboort worden / even als de winckel-haeck GI; mede so laten de linialen BH en HG in H doorboort worden / sulcx datm'er een pennetjen in laten kan / het welck even soo dick zy als de breette der groeven / onder met een plaetjen en boven als een schroefjen gemaeckt; in voegen dat hier door de linialen BH en HG in H aen een gehouden worden / en de liniael FH met sijn grouf het pennetjen omvattende geduerig met sijn midden door F en H strecken moet. Nu op dat de linialen BH, HG, en FH, dusdanig om het pennetjen gepast zijnde / doorgaens in een selve stant blijven / soo laet op deselve een ander plaetjen ghelegt worden / met en gaetjen doorboort zijnde / het welck men met een moeyertjen toe-schroeven kan. Eyndelijck soo sal 't nodig wesen / dat men om de liniael FH en winckel-haeck GD elck een vierkant ringetje doe / als I en K, dewelcke deselve vast besluytende oock soo 't nodig is wyder uyt verschoven konnen worden / maeckende dat de groeven doorgaens een selve breette komen te behouden. Het welck dus gedaen zijnde / so wert de Parabola beschreven / als volgt.

Want voegende een liniael tot EG, soo zy genomen eenige stijl van deselve dickte als de breette van yder grouf / en laet deselve in beyde groeven ingelaten worden / te weeten in D, alwaer de liniael FH en winckel-haeck GI malkander door-snijden. Nu terwijl de winckel-haeck IG met sijn bovenste syde tegens de liniael EG verschoven wort van E naer G, soo sal daer door het

gantsche