Nu betaal je in euro's, maar in de zeventiende eeuw betaalde je in guldens, stuivers of penningen.

Een koopman heeft twee schepen volgeladen met vaten wijn.
In het ene schip zijn 150 vaten en in het andere zijn 240 vaten.
Bij een tol moet hij belasting betalen.
Voor het eerste schip betaalt hij met een vat wijn. Omdat dat teveel waard is, krijgt hij zes gulden terug.
Voor het tweede schip betaalt hij ook met een vat, maar nu moet hij 18 gulden bijbetalen.

Hoeveel gulden is een vat wijn waard?