Nu betaal je in euro's, maar in de zeventiende eeuw betaalde je in guldens, stuivers of penningen.

Een boer moet 787 gulden betalen.
Hij wil in natura betalen met tarwe, rogge en gerst.
Een zak tarwe is 7 gulden en 15 stuivers waard,
een zak rogge is 5 gulden en 5 stuivers waard
en een zak gerst doet 3 gulden en 10 stuivers.
De ontvanger gaat akkoord, maar wil de tarwe, rogge en gerst in een bepaalde verhouding hebben.
Voor iedere drie zakken tarwe wil hij twee zakken rogge en voor iedere vijf zakken rogge wil hij vier zakken gerst.

Hoeveel zakken tarwe, rogge en gerst moet de boer betalen om zijn schuld af te lossen?


Een gulden is waard twintig stuivers en één stuiver is zestien penningen.