xx+ 3ax3bx+1aa− 2ab+1bb0
2222
, ofte
xx 3ax +3bx −1aa + 2ab −1bb
2222
.
Waer uyt men dan vindt
x −3a + 3b+
4
aa + 14ab + bb 
16
.

Nu aengesien x een rationael getal zijn moet / soo rest / dat aa + 14ab + bb, de noemer wegh geworpen zijnde / een quadraet zy. Een welcken eynde wy dan voor de syde van 'tselve stellen a +b +c. Alwaer c en b als bekent gestelt worden / maer a onbekent.

En komt aa + 2ab + 2ac + bb + 2bc + cc  aa + 14ab + bb.

a 2bc + cc
12b − 2c

Deshalven dan voor b en c yder getal genomen mach worden / mits alleen a grooter gevonden worde als b: gemerckt hier boven gestelt is aa − bb.

En hierom / soo men by voorbeelt neemt b  1 / en c  3 ; soo vindt men

a 5
2
.

Nu om x te vinden / soo zy acht genomen op de gevonde Æquatie

x −3a + 3b+
4
aa + 14ab + bb
16
.

En sal komen 
x 1
2
  
a 5
2
.
Dat is /
aa 25
4
b1.
Dat is / bb 1
ab 5
2
.
Dat is /
2ab 10
2
of 5.

Welcke noemers onder eene noemer gebracht zijnde / soo sal men voor AB  aa + bb, in d'eerste triangel / vinden
25+4
44
, dat is / verwerpende de noemer / 29 ; en AD 2ab 20 ; maer DB aa − bb  21. Waer uyt dan AC wort 40 / d'omtreck 98 en d'inhoudt 420.
 
En in de tweede triangel  

k a + x 3
d bx
1
2
kk 9
dd
1
4
. dat is /
kk + dd
37
4

kk −− dd
35
4

en 2kd
12
4
 

Dat is / verwerpende de noemers / soo komt
FG kk + dd 37
HG kk − dd 35
en FH 2kd 12
Waer uyt FI wort 24 / d'omtreck 98 / en d'inhoudt 420. Als boven.