www.fransvanschooten.nl

Molhuysen, Philipp Christiaan (1870-1944)

Molhuysen was een belangrijk conservator, bibliothecaris en auteur. Hij heeft gewerkt bij de universiteitsbibliotheek van Leiden en de Koninklijke Bibliotheek. Hij heeft oorspronkelijke stukken bestudeerd en daar over gepubliceerd in de Bronnen tot de geschiedenis der Leidsche Universiteit. Ook heeft hij samen met P.J. Blok en anderen het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek gescheven. Molhuysen is daarom een belangrijke bron over de familie van Schooten en de Ingenieurs­school.

Op deze webpagina staan uitreksels uit zijn werken.
Originelen staan bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (Historici.nl) en in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

Historici.nl: lemma Molhuysen
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren: lemma Molhuysen
Bronnen tot de geschiedenis der Leidsche Universiteit

Links


Stevin's Instructie voor de School voor a.s. ingenieurs staat op een aparte webpagina.
Maniere ende Ordre
De complete tekst van document 338 staat op de website van Davidse.
Stevin en de Ingenieursschool
Veel teksten van Bierens de Haan staan op DBNL.
Stevin en de Ingenieursschool
Op de website van Davidse is het nodige geschreven over de Ingenieursschool.
Stevin en de Ingenieursschool

 

Bronnen tot de Geschiedenis van de Leidsche Universiteit

Dr P.C. Molhuysen heeft in het naslagwerk Bronnen tot de Geschiedenis van de Leidsche Universiteit de nodige feiten vastgelegd over resoluties van de curatoren van de leidse universiteit met betrekking tot de familie van Schooten.
Ook over Snellius, Marolois, Golius en Stampioen is het nodige vastgelegd. Hieronder staan integraal alle teksten over Frans van Schooten Senior, Junior en Pieter, precies zoals Molhuysen het opgeschreven heeft. Molhuysen heeft twee bronnen samengevoegd: de notulen van de Senaat, welke in het Latijn zijn, en de resoluties van de Curatoren en Burgemeesters (C. ende B.), welke in modern Nederlands zijn (samenvatting Molhuysen) of in 17de eeuws Nederlands (transcriptie Molhuysen).

Jaarsalaris

Interessant is ook de honorering. Om het salaris van Van Schooten op waarde te schatten, zijn ook mededelingen opgenomen over andere hoogleraren. Uit het overzicht, dat lang niet compleet is, blijkt duidelijk dat een professor aan de Duytsche Mathematique de helft verdiende van een professor aan de Universiteit. Vergelijk rond 1600 van Merwen en van Ceulen met Rudolf Snellius (toen hij nog geen rector was), rond 1630 Frans van Schooten Senior met Golius of rond 1680 Pieter van Schooten met Meller.

De vergelijking is exclusief inkomsten uit andere bronnen als privéonderwijs, commissies of andere opdrachten. Het verzoek van Pieter van Schooten om in het Latijn college te mogen geven, moet dan ook niet geïnterpreteerd worden als een verzoek om op de Ingenieurs­school Latijn te spreken, maar om openbare colleges in het Latijn te geven aan een universitair publiek.

1

Witkam: Jean Gillot

In het Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en omstreken, 1967 en 1969 schrijft Witkam over de leidse ingenieur Jean Gillot en geeft ook de nodige details over Van Schooten, bijvoorbeeld:


 

Frans van Schooten (senior) 1581/2-1645, van 1615 tot zijn dood professor Matheseos te Leiden; zie N.N.B.W., deel 7 (1927), kol. 1108-1110, door de Waard. Deze van Schooten of Verschoten kocht op 28 jan. 1613 van Mr. Claes Jansz. Hieck een huis aan het Rapenburg (thans ongeveer nr. 40); zie bonboek Over 't hoff, folio 478 recto (verwijst naar Register vetus, folio 76 verso). Hij heeft, blijkens het Hoofdgeldregister van 1622 (bon Over 't hoff, folio 97), dit huis zelf bewoond. Hij heeft het op 31 mei 1645 verkocht aan Gerrit van Hogeveen, burgemeester.


top



 

Rudolf Snellius
 

1581 Aug. 2.

" C. en B. stellen Rud. Snellius tot extraordinaris mathematices prof. aan op ƒ 200, ingegaan 1 Nov. 1581, en zoolang totdat men een in mathematicis beter ervaren mocht bejegenen".

Rudolf Snellius
 
 

1583. Mrt. 16.

"C. en B. verhoogen de wedde van Snellius, extraord. prof. mathematices, tot ƒ 300, mits hy voorgaat ook des Woensdags en Zaterdags college te geven.".

Rudolph Snellius
 
 

1599 Maart. 1.
Series Lectionum:

Hora quarta

Rodolphus Snellius, Optica Euclidis.

Universiteit

De tekst hiernaast is door Molhuysen opgenomen in bijlage 337

1599. Dec. 13.

Geheimhouding der Acta Senatus

Opten 13en Decembris 1599 zijn gecompareert in de vergaderinge van dè a. h. Rector ende Senaet van de Universiteyt tot Leyden, collegialiter beroupen zijnde, de heeren Curateurs van de Universiteyt ende Burgemrn. der voors. stadt, en hebben aldaer vertoont, dat tot haerluyder kennisse was gecommen, dat tgene zo in de vergaderinge van C. ende B. ende voors. Senaet, ende in de vergaderinge van de Rechters van de Universiteyt, als tgene in de byeencompsten van de voorn. h. Rector ende Senaet werde verhandelt, niet zo secreet en werde gehouden, alst wel betaemde, maer lichtelick werde geelimineert tot groote nadeel van de goede policye ende regeringe der voors. universiteyt ende tgene daer van dependeert, versouckende daer omme dat de voorn. a. h. Rector ende die van den Senaet voorn. niet beswaerlick en zouden vynden melcanderen by eede te verplichten van secreet te zullen houden alle tgene wes zy zo wel opte vergaderingen by de voorn. heeren C. ende B. te houden als ooc opte tezaemencompsten van Rechters ende byeencompste van de voorn. Senaet zullen hooren, si en ende verstaen, zonder dat yemant voorts te zeggen, op pene van privatie van haere staet ende voorts als meyneedich gestraft te worden naer behooren. Twelc by de voorn. a. h. Rector ende Senaet verstaen zijnde, hebben gewillich daer in ne geconsenteert ende dien achtervolgende gedaen den eedt als hier nae volgt:

"Dat zweeren wy, dat wy secreet zullen houden al tgene wy opte vergaderinge der heeren Curateurs van de Universiteyt ende Burgemrn. der stadt Leyden, mitsgaders opte byeencompste van den Senaet ende andere judicieele vergaderingen der voors. universiteyt zullen hooren, zien ofte verstaen, zonder yemant tselfde te ontdecken, zo waerlick moet ons God almachtich helpen".

Duytsche Mathematicque

1600. Jan. 10.

"Alsoo Sijne Excellentie, Grave Maurits van Nassau, Stadthouder van Hollant, ende Capiteyn Generael, tot dienst van den lande goetgevonden hadde, dat in de Universiteit alhyer sonde worden gedoceert in goeder duytscer tale die telconste ende lantmeten principalycken tot bevordering van de geenen die hen sou den willen begeven tottet ingenieurscap ende ten dien fyne doen recommanderen hadde die personen van Mr. Simon Fransz. van der Merwen, ende Mr. Ludolf van Ceulen, die de voors. consten souden mogen opentlyck leeren, ende daer nae oock demonstreren, soo wel int groot als int cleyn, alles volgens de instructie die Sijne Extie daer toe hadde doen concipieren ende door Mr. Simon Stevin overgesonden aen de Curateurs van Van de Universiteit [Bijl. *338] soo ist dat Curateurs van de Universiteit énde Burgemeesteren voorn. om te bevorderen die begeerte van Sijne Exc. daer toe hebben versocht ende bewillicht de voors. van der Merwen ende van Ceulen" enz., op een nader te bepalen wedde.

"Hebben voorts die voors. C. ende B. tot een leesplaetse geordonneert een gedeelte van de Falyebagynenkercke onder de Biblioteecque om met deelen affgeschoten ende voorts soo met bancken ende stoelen als anders gemaect te worden bequaem tot een gemeene leesplaetze om t welcke te bevorderen gecommitteert zijn de voorn. Mr. Simon Fransz. van der Merwen ende Mr. Niclaes van Zeyst, Pensionaris der stadt Leyden ende Secretaris van de voorn. C. ende B.".

Voetnoot Molhuysen

Over de oprichting der genieschool en de lessen in de z. g. "nederduytsche mathematicquè", zie D. Bierens de Haan (Bouwstoffen II p. 123).
Van Ceulen was ook schermmeester; hij gaf sinds Juni 1594 schermles in de Faliebagijnkerk, onder de Bibliotheek; hierdoor wordt duidelijk, hoe in hetzelfde lokaal, waar de genieschool was gevestigd, schermles gegeven werd. De zeer zeldzame plaat van die genie-schermschool (J. Woudanus delineavit) is o. a. bij Muller, Onze Gouden Eeuw, III p. 332 afgebeeld. Zie verder mijn Gesch. d. Univ. Bibl. p. 10.

Willebrord Snellius

1600. Mei 7.

Consessum filio Snellii ut diebus extraordinariis possit exercitii causa praelegere Mathematicen, hora 8a vel 11a.

Aan Snellius zoon is toegestaan dat hij op speciale dagen ter oefening Wiskunde mag voorlezen, op het 8ste of 11de uur.
Ludolph van Ceulen

1600. Mei 8/9.

C. en B. stellen de wedden van van Merwen en van Ceulen vast op ƒ 400.

Duytsche Mathematicque

1600. Aug. 8/9.

"Ende eerstelyc aengegeven sijnde by de Professoren van de Duytsce Mathematycque dat sy te meermaelen waeren versocht geweest om te verleenen heurl. getuychnisse van bequaemheit ende ervarentheit int stuck van landtmeten aen den geenen, die sich tott exercitie van de selve conste soude willen begeven, sonder dat sy seeckerlyck wisten wat wet sy daerinne souden hebben te nemen, ende sulcx daerop versochten het advys, last. ende resolutie van de voors. C. ende B., soo hebben de voors. C. ende B. geresolveert dat die geene dewelcke sullen versoecken getuychnisse van haere bequaemheit int stuck van lantmeterye, ingenieurscap ende andere stucken der duytsce mathesis, de selve sullen by de voors. Professoren worden geexamineert wel scerpelyck, ende bequaem bevonden sijnde, sullen mette selve compareren ter camere van de Curateurs, ende aldaer voor C. ende B. ofte, in absentie van de Curateurs, voor Burgemeesteren ende Secretaris van de voors. Curateurs, verclaeringe doen, dat sy den versoeckers hebben bevonden bequam om to exercitie van de voors. mathematycque te worden geadmitteert. Ende sal opte verclaringe van de voors. Professoren den versoeckers bequaem bevonden sijnde dyenvolgende werden gelevert bryeven van haere bequaemheit, onder tsegel, van de Universiteit ofte hant van den voors. Secretaris."

Rudolf Snellius

1601 Febr. 8.
Series Lectionum:

Hora 4

Rudolphus Snellius Planetarum Theoretica Maestlini et Euclidis Elementa.

Rudolf Snellius

1601. Febr. 9.

C. en B. stellen den extraord. prof. "mathemaseos" Rud. Snellius aan tot ordin. professor.

Rudolf Snellius

1601. Febr. 17.

Receptus est a Sen. Acad. in numerum Prof.ordin. D. Rudolphus Snellius et designatus ei locus in conventibus et consessibus Academicis, pro hoc quidem tempore ultimus inter Prof. ordinarios qui nunc sunt.

Rudolf Snellius

1601. Dec. 2.

Decretum ut D. Snellius deinceps doceat hora 9a ante meridiem.

Rudolf Snellius

1602. Aug. 9.

C. en B. verhoogen de wedden van Snellius tot ƒ 500;

Duytsche Mathematicque

1602. Nov. 10/11.

"Alsoo enige jaeren geleden ten aenhouden van Sijn Exctie binnen dese Univ. was opgerecht de duytsce Professie der Mathematycque, om daer door bequaeme ingenieurs aen te vocken ten dienste van den lande, ende alsnu ettelycke personen versoeck gedaen hadden ten aensyene syl. soo verre waeren gecomen dat se verhoopten met eeren te connen worden gebruyct soo in de landtmeterie als ingenieurscap, dat daerom hem mochte werden verleent bryeven van haere bequaemheit; ende sulcx de Professoren der voors. mathematycque een forme van examinatie soe opt landtmeten als sterckbouwinge gemaect ende de selve Sijn Excellentie doen verthoenen hebben de, de voorg. Sijne Excellentie de voors. examinatie goetgevonden hadde, midtsgaders oock het ontwerp van de promotien daerop te doen, ende daer en boven versocht hadde dat soe wanneer de voors. examinatien souden gearresteert sijn, men daer van copie sonde willen scicken aen den Raedt van State, op dat daerop geexamineert souden worden alle die geene, die versochten toegelaten te worden tottet ingenieurscap, soo is, naer examinatie van de voors. forme, goet gevonden die voors. soo forme van examinatie als van promotie te stellen in handen van den Senaet ende van henl. verstaen heurl. advys.
Welckvolgende den Rector met D. Rudolphus Snellius, professor Matheseos, ontboden sijnde hem tgeene voors. is aengeseit is geweest ende versocht ten eynde de Senaet soude willen de voors. gescrifte examineren off se sulcx behoorden te worden aengenomen.
Insgelicx off nyet oorbaer was, waert mogelyck, te procureren by Sijn Excellentie off de H. Staten, dat de voors. examinatie alhyer gedaen worde.
Insgelicx off se verstonden dat daer op enige promotie soude mogen worden gedecerneert.
Ingevalle "ja" off se souden goetvinden de bryeven te geven in sulcker voegen als die alhyer waren ontworpen.
Het welck de voors. h. Rector ende professor Snellius aengenomen hebbende te doen, sijn enige uyren daer na weder gecompareert den voorn. Rector, Gomarus, Grotius, Vorstius ende Snellius, seggende de selve articulen van examinatie goet te vinden ende oeck dat de examinatie behoorden alhyer in de Universiteit te gescyeden by den h. Professor Snellius ende duytsce Professoren, ende aengaende de bryeven van promotie, die se verstonden dat aen den geene des verdienende behoorden gegeven te werden, zyl. daerin gedaen hadden enige veranderinge, midtsgaders daerby gevoecht wat den Senaet voor tdecerneren van de voors. promotie soude behooren te genyeten; twelck sy versochten dat hen ten besten affgenomen, ende haer advys oock sulcx geduydet werde.
Waermede de voors. Rector ende Professoren vertrocken sijnde; is vorder by den C. ende B. geresolveert dat men die saecke noch eens met Sijn Excellentie soude communiceren; midtsgaders oock metten Advocaet van tlandt, om te syen, off men soude connen te wege brengen dat geen ingenieurs en souden worden toegelaten off en waren in de Universiteit gepromoveert, het welcke den Raedtsheer Nieustadt als mede-curateur aengenomen heeft te doen" [zie Bijl. 354, 355].

 

Duytsche Mathematicque

De tekst hiernaast is door Molhuysen opgenomen in bijlage 354

1602. Nov. 11.

Advis ende Antwoorde opte vijf Artyclen by de Heeren Curateurs ende Burgemeesteren den Senaet van de Universiteyt voorgestelt, nopende de examinatie der genen, die hem begeven sullen tottet studium van de Duytsche Mathematicque.

Opt eerste artyckel, is by de Senaet goetgevonden, dat de forme van examinatie by de voors. artyckelen gaende, gestelt sal worden in handen van D. Rodolphus Snellius mitsgaders van M. Ludoph ende M. Simon Fransz. om gehoort der selve goetduncken daervan gedaen te worden rappoort aen de voors. heeren C. ende B. ende is dien volgende der selven goetduncken geweest dat de overgeleverde forme van examinatie seer goet ende bequaem is.
Op tweede artyckel is goet gevonden dat d'examinatie sal geschieden ten hnyse van een van haere duytsche leesmeerters in jegenwoordicheyt van de ordinaris professor ofte professoren Matheseos, mitsgaders van de voors. duytsche leesmeesters, die voor haere moeyte sullen genieten elck de somme van … ende sullen de selve examinateurs gehouden sijn te doen rapport van hun besogne aen den Senaet.
Opt derde ende vierde is des Senaets advis dat den ghene, die nae gedaen rapport van de examinateurs bequaem sullen geacht worden, verleent ende gelevert sal worden van den Senaet van de universiteyt acte van bequaemheyt in zodanighe forme als volcht [Bijl. no. 355], mits de Senaet tot eene danckbaere vereeringe gevende de somme van 20 guldens, behalven het recht van de Secretaris.
Belangende het vijfde heeft de Senaet versocht op de professoren van de Mathematicque dat hem gelieve de versochte forme te raemen ende te bestellen.
Leyden den llen November 1602

Duytsche Mathematicque

De tekst hiernaast is door Molhuysen opgenomen in bijlage 355

1602. Nov. 11.

Diploma voor een Meester in de "Duytsche Mathematicque"

Den Rector ende Senaet van de Universiteyt te Leyden doen condt een ygelick, dat also om alle vrye consten ten besten van tgemeene vaderlandt te voorderen, de reden verheyscht, dat, also degene die hem daer toe begeven genootsaeckt worden vele costen , aerbeydt ende tijt int leeren van dien te verslijten, met eenige vereeringe daer toe werden verweckt, ende het sulcs is dat nu eenige jaeren herrewaerts sich in de Universiteyt alhier N. begeven heeft, om te leeren de conste van landtmeterye ende sterckbouwinge mettet gebruyck des wercktuychs daer toe dienende, ende door sijn verstandt ende neersticheyt so vele gevoordert heeft dat hy nae verscheyden beprouvingen by de Professoren der mathematicque ofte wisconste gedaen, bevonden is wel ervaren, so ist dat wy Rector ende Senaet voorn. verclaren by desen den voors. N. bequaem om in de voors. con sten als Meester gebruyckt te worden, waer toe wy voors. hem recht ende macht geven. Ten welcken oirconde de voors. Rector ende Senaet van de voors. Universiteyt hebben het zegel des Universiteyts aen dese doen hangen ende van den Secretaris ondergescreven onderteyckenen.

Rudolf Snellius

Zie bijlage 337 over geheimhouding.

1602. Nov. 23.

D. Snellius praestitit in Senatu Acad solemne inramentum secreti in formulam conceptam 13 Dec 1599
E. d. D. Guilielmus Coddaeus iuravit in formulam iuramenti de tenendo secreto, conceptam an. 1599, die 13 Decembris.
Assignatus etiam ei, ut Professori ord. in consessu Academico proximus post D. Snellium [locus].

Snellius bracht in de Senaat van de Academie een plechtige aansporing tot geheimhouding naar voren.

Hem werd als gewoon hoogleraar tijdens de zitting van de Academie de plaats direct onder Snellius toegekend.
Ludolph van Ceulen

1603. Febr. 9/10.

C. en B. … verhoogen de wedden … van de twee professoren der Duytsche Mathematicque, van Merwen en van Ceulen, tot ƒ 450;

Duytsche Mathematicque

1603. Mei 11.

C. en B. geven den "Mathematycque professeurs" bij provisie acte van autorisatie om in de geometrie ende ingeniatie te examineren en literas testimoniales af te geven.

Hans Vredeman de Vries

1604. Febr. 9.

Op een verzoek van Hans Vredeman de Vriese, "met bryeven van recommendatie van Sijne Exc, om te mogen worden gebruyct int doceren van de perspective ingenie ende architecture" beschikken C. en B. afwijzend, daar "de staet van de Univ. niet suffisant is om veel meer nyewe proffessoren aen te nemen".

Rudolf Snellius

1604. Aug. 6/8.

C. en B. verhoogen de wedde van Snellius tot ƒ 600;

Willebrord Snellius

1608. Iunni. 27.

Designatus est Thomae Erpenio dies 3 Iulii ad disputandum publice pro gradu Mag. Item Willebrordo Snellio hora 12 Iulii designatus hora 2n pomeridiana, ad disputandum pro gradu Magisterii.

Willebrord Snellius

1610. Iul. 10.

E. d. D. Willebrordio Snellio hora 4a pomeridiana a Senatu Academeco ad docendum est concessa, cum ante solis Saturni diebus doceret.

Rudolf Snellius

1611. Mei 8.

C. en B. geven Snellius voor zijn langdurige buitengewone diensten een vereering van ƒ 150.

Frans van Schooten Senior

1611. Nov. 6.

C. en B. besluiten de Universiteits-landen te doen "carteeren ende meeten".

Zie kaart Abcoude

Samuel Marolois

De tekst hiernaast is door Molhuysen opgenomen in bijlage 456 met als titel: Prins Maurits beveelt Samuel Marolois bij C. en B. aan.

1611

Verthoont reverentlyck Samuel Marolois, zoon van Nicolaes Marolois zn., woonende alhier in den Hage, uwer Princelycke Ex.tie onderdanigen dienaer, hoe dat zijn voors. za. vader vant beghin deser nederlantsche troubelen eerst van de kerckelycke vergaderinge van Valenciennes tot Dillenburch gesonden is geweest aen den Heere Prince van Oraingien, loff. memo., uwe Princel. Ex.tie Heer Vader, omme zijne Princelycke Ex.tie te verclaren die goede affectie ende genegentheyt die de voors. kerckelycke vergaderinge hem toedroegen, ende om middelen voor te wenden, door de welcke de voors. kercke verhoopten verlost te worden van de slavernye der Inquisitie etc.; het welck by des remonstrants vader volbracht sijnde, ende de saecke voorts dirigerende naer sijn vermogen, om daer van een goede wytcompste te mogen hebben, is ondertusschen dese handelinge van den magistraet ontdeckt geworden, ende is des suppliants za. vader daeromme openbaerlyck gebannen ende alle sijne goederen geconfisqueert, sulcx dat hy daer naer zijn goederen ende vrienden verlatende heeft hem continuelyck begeven in dienste van de gemelte Heere Prince van Oraingien, loff. memo.; by de welcke hy seer dickmaels is gebruyckt geweest in secrete aenslagen, niet sonder groot gevaer sijns levens, met niet minder moeyten ende costen ende tot genougen van sijnen voors. Heere, sonder daer van eenichsints gerecompenseert geweest te zijn; eensdeels door de sobere middelen, die der alsdoen waeren, anderdeels hebbende verhoopt ende vertrouwt dat zijn voors. Heere, mijn Heere die Prince van Oraingien, loff. memo., hem al tseffens soude vergolden ofte gerecompenseert hebben; waer toe des suppliants za. vader verwachtende d'occasie, dan den onverwachten doot van den selven Heere Prince, loff. memo., daer op overcomende, is des suppliants za. vader van alles gefrustreert gebleven, ende sijn daer mede de memorien van sijn getrouwe diensten verdwenen, alles tot sijn suppliants ende sijn za. vader groot achterdeel: sulcx dat sijn suppliants za. vader gestorven ende in den Heere gerust is in groote armoede, laetende den suppliant niet achter dan sijne goede naeme en fame, die hy verhoopt onbevleckt noch bekent te wesen. T is nu zoo dat niettegenstaende zijne voors. armoede nochtans door zijn groote neersticheyt den suppliant heeft laeten leeren ende onderrichten in eenige deelen der wisconsten, in de welcke den suppliant door lanckheyt van den tijt met groote costen, vlijt, moeyten ende arbeyt (sonder roem gesproken) gecomen is tot de volcomen kennisse der selver, welverstaende voor zoo veel als men het oneyntlyck eyntlyck noemen mach, in vougen dat hy verhoopt bequaem te wegen den landen in qualiteyt als professor in de vrije consten dienst te connen doen. Ende alsoo door het affsterven van Meester Ludolph van Ceulen een alsulcke ampt compt te vaceren, soo versouckt ende bidt hy suppliant seer dienstelyck, dat uwe Princelycke Ex.tie genadichlyck believe in consideratie van sijn suppliants za. vaders goede getrouwe diensten te verleenen brieven van recommandantie aen de Heeren Curateuren van de Academie tot Leyden, ten eynde by suppliant door uwe Princelycke Ex.tie faveur tot het voors. ampt soude mogen geraecken. Welck doende etc.

Samuel Marolois

De tekst hiernaast is door Molhuysen opgenomen in bijlage 430. Het is een rekest van Samuel Marolois aan Prins Maurits.

1612. Feb. ?

Verthoont reverentelyck Samuel Marolois, hoe dat hy volgende zijne inclinatie, die hy van zijn jeucht aen totte Mathematique ende dependentien derselver heeft gehadt, daer inne zoodaenige habitude heeft vercregen dat hy verhoopt roette hulpe Godes den lande dienst te connen doen gelijck hy tot nu toe verscheyde particulieren gedaen heeft, die by hem hebben geleert ofte geconfereert. Tis nu zoo dat door het affsterven van Mr. Ludolph van Coeulen tot Leyden het professorampt der duytse mathematicque is commen te vaceren, ende alhoewel zijne Ex.cie, die oorsaeck is geweest vande institutie deser professie, particulierlyck heeft gelet opde noot der milicie, nochtans nu deselve consten tot allen tijden haer nutticheden mede brenghen, gemerckt niet alleen de inventie der Artis Mecanicis daer door gevonden worden, maer selfs alle soorte van consten noodich tot smensen handelinge daervan dependeren, soo verhoopt hy suppliant dat U. Ed. Mo. sullen goet vinden deselve professie te doen continueren. Daeromme versouckt hy suppliant zeer dienstelyck ende met alle ootmoet dat U. Ed. Mo. favoriserende zijne sincere affectie die hy heeft de landen, daer hy is geboren, te mogen dienst doen (welcke affectie bynae alle het ghene is dat zijn vader, Nicolas Marolois, hem heeft connen naerlaten, hebbende om de suyvere religie te volgen alles verlaeten wat hy heeft gehadt, ende hem vougende by mijn Heere den Prince van Oraigne, hoogl. memorie, den welcken hem dickmaels heeft geemployeert in diverse importante ende periculeuse commissien, waervan de recompentien door den onverwachten doot vande selve Heere Prince verdwenen zijn, als noch eenige luyden bekent is) haer Ed. geliefte zy den suppliant te verleenen brieven van recommandatie aen zijn Ex. ende aen mijn Heeren Curateurs van U Ed. Mo. Universiteyt van Leyden, ten eynde hy suppliant mach totte selve professie geadmitteert werden. Twelck doende etc.

Samuel Marolois

De tekst hiernaast is door Molhuysen opgenomen in bijlage 429. Het is een brief van Gecomm. Raden aan C. en B.

1612. Feb. 3.

Samuel de Morrolois, ons wel bekent, aen ons gedaen hebbende t'versouck, als by de neffens gaende requeste is te sien, hebben wy dienvolgende aen uwe Ed. willen recommanderen, ende vruntlycken begeren, dat uwe E. consideratie willen nemen op zijne bequaemheyt, ende hem totte professie mathematique, daer inne hy nyet alleen wel geexperimenteert is, maer oock anderen te boven gaet, prefereren; ,vy houden d'Universiteyt daer by gal weesen gedient, ende uwe E. sijnes beloven. Hiermede enz. Geschreven in den Hage den 3en Februarij 1612.

Willebrord Snellius

1612 Febr. 8.

C. en B. geven Will. Snellius, die een tijd lang "gelesen hadde in Mathesi publice" voor zijn moeite ƒ 150; zij besluiten geen tweeden prof. Matheseos aan te stellen, doch Snellius "te houden voor gerecommendeert", tot opvolger, mettertijd, van zijn vader.

Frans van Schooten Senior

1612 Febr. 8.

C. en B. vereeren Fr. van Schooten ƒ 200 voor het waarnemen, gedurende 10 maanden van de "duytsce mathematische lessen"

Frans van Schooten Senior

1613 Febr. 9.

C. en B. geven Frans van Schooten ƒ 300 voor zijn "duytsce mathematyckse lessen" gedurende het afgeloopen jaar en verzoeken hem daarmede voort te gaan.

Willebrord Snellius

1613 Febr. 9.

Zij benoemen, wegens de ziekte van Rud. Snellius, diens zoon Willebrord tot professor Matheseos op ƒ 300.

Willebrord Snellius

1613. Febr. 15.

Visum est D. Rectori et Senatui Academico post examinatum D. M. Willebrordi Snellii instrumentum, quo ad Matheseos professionem a D.D. Curatoribus et Coss. admittitur, esse admittendum.

Frans van Schooten Senior

1613. Aug. 6/7.

C. en B. geven Frans van Schooten ƒ 60 voor het laten maken van vier houten instrumenten voor het onderwijs in mathesi.

Samuel Marolois

De tekst hiernaast is door Molhuysen opgenomen in bijlage 455 met als titel: Prins Murits beveelt Samuel Marolois bij C. en B. aan.

De datering bevreemdt. Gelet op de chronologie zou men eerder 1611 verwachten.

1614 Febr. 7

Alsoo deur de voorgaende publicque leeringhe der mathematiquen in duytsch mette oefeningh der instrumenten daer toe noodigh, verscheiden goede ingenieurs ghecomen zijn, die dese landen goeden dienst ghedaen hebben, oock verscheiden gheswooren landtmeters, die haer stuck verstaen. soo souden wy tot dienst van 'tgemeene landt oorboor achten, dat de professie der voors. consten onderhouden werde. Ende alsoo deur t'overlijden der professoren vooral noudigh is, dat andere wel ervaren persoonen in hunne plaetsen gestelt worden, soo en hebben wy niet connen nalaten (indien. U. E. gheresolveert souden zijn yemandt anders tot professeur der voors. conste te verkiesen), daer toe te recommanderen den persoon van Samuel Marlo, die wy in de voors. conste niet alleen bequaem ende welervaren achten, nemaer die oock de ghemeene fame daeraff voert; U. E. oversulcx verzouckende den voors. Marlo, in ghevalle voors., in sondere goede recommendatie te houden, ende voor yemandt anders tot het voors. professoorschap te promoveren. Ende salons welghevallen daer aen gheschieden. Hier mede enz. 's-Gravenhaghe den 7en Februarij 1614.

Willebrord Snellius

1614 Febr. 8.

C. en B. … verhoogen … W. Snellius wedde met ƒ 100.

Willebrord Snellius

1615 Febr. 8

Zij benoemen Will. Snellius tot prof. ord.

Frans van Schooten Senior

1614. Febr. 8.

C. en B. benoemen Fr. van Schooten tot prof. der "duytsche mathematycke" op ƒ 350.

Willebrord Snellius

1615. Mart. 22.

Eadem sessione visum est D. Willebrordo Snellio concedere postremum inter professore ordinarios locum.

Willebrord Snellius

1616 Febr. 8/11.

C. en B. verhogen de wedde van Will. Snellius tot ƒ 500.

Willebrord Snellius

1620 Mart. 23.

C. en B. geven Snellius voor de onkosten van zijn instrumenten gedurende 2 jaar extraordinarie ƒ 200.

Willebrord Snellius

1622 Jun. 6/7.

C. en B. continueeren ook Snellius' extraord. tractement van ƒ 200 voor 2 jaren.

Willebrord Snellius

1624 Febr. 10.

C. en B. verlengen de extraord. wedden van Snellius van ƒ 200, nog voor 3 jaren.

Jacob Golius

1625. Mei 12

C. en B. nemen D. Jacobus Golius aan tot prof. in het Arabisch op ƒ 500.

Jacob Golius

1625. Sept. 18.

"Wijders, op het iteratyff versoeck ende aenhouden van D. Jacobus Golius, Professor Arabicae linguae, hebben eyntlick de gemelte H. C. ende B., volgens de toestemminghe van den heere Curator Paauw, geresolveert ende geconsenteert, dat de voorn. Professor Golius, om sich in corten tijt volcomentlicker tot beteren dienst van dese Academie ende Republycque in de Orientaelsehe spraecken te konnen oeffenen, sal moghen doen eene reyse van omtrent anderhalff jaer nae Alleppo, ende dat middeler tijt sal loopen t' zijnen prouffyte de gagie ofte wedden van de voors. professie, ende oock de selve professie blijven vacant, om tot zijn wedercompste by hem wederom bedient ende waergenomen te werden, mitsgaders dat hem hier van sal werden verleent acte."

Jacob Golius

1625. Sept. 18.

"De heeren van Sommelsdijck ende praesident Crumholt draghen voor dat de professor Golius, wesende in Aleppo, by missive hadde versocht aldaer eenighe rare Arabische ende diergelijcke Orientaelsche boecken tot koste ende dienste der voors. Universiteyt te moghen koopen; waer op nae deliberatie is verstaen ende geresolveert, dat men den voors, professor Gool by missive van dit collegie sal authoriseren totten koop der voors. Orientaelsche boecken ende dat ter somme van 1200 ende 1500 guldens, off ten hoochsten tot 2000 guldens toe, mits dat mette eerste gelegentheyt van weghen dit collegie by den heeren Gecomm. Raden sal werden geprocureert het consent om totten voors. koop mede te moghen employeren de penningen van het subsidie, dat voor degen by de gemelte heeren Raden van weghen 't landt van Hollandt es geaccordeert totten koop van de Orientaelsche boecken, die de professor Erpenius za. hadde naegelaten."

Jacob Golius

1626. Aug. 10.

"De heeren van Sommelsdijck ende praesident Cromholt draghen voor dat de professor Golius, wesende in Aleppo, by missive hadde versocht aldaer eenighe rare Arabische ende diergelijcke Orientaelsche boecken tot koste ende dienste der voors. Univrsiteyt te moghen koopen; waer op nae deliberatie is verstaen ende geresolveert, dat men de voors, professor Gool by missive van dit collegie sal authoriseren totten koop der voors. Orientaelsche boecken ende dat de somme van 1200 ende 1500 guldens, off ten hoochsten tot 2000 guldens toe, mits dat mette eerste gelegentheyt van weghen dit collegie by den heern Gecomm. Raden sal werden geprocureert het consent om totten voors. koop mede te moghen employeren de penningen van het subsidie, dat voor desen by de gemelte heeren Raden van weghen 't landt van Hollandt es geaccordeert totten koop van de Orientaelsche boecken, die de professor Erpenius za. hadde naegelaten."

Jacob Golius

1626. Nov. 17.

"Wert gelesen de missive by den professor Golius den 12en Julij laestleden in Aleppo aen dit collegie geschreven, inhoudende onder anderen versouck ten eynde hy mocht werden geauthoriseert om aldaer eenighe Orientaelsche boecken voor de bibliotheecke van de voors. Universiteyt te koopen. Ende is goet gevonden daer op te schrijvende naevolgende antwoorde, dienende om den voorn. professor totte continuatie van zijne begonste devoiren te encourageren, ende tot zijne tijdelicke wederecompste te vermanen, mitsgaders de vorige gegevene authorisatie tot den koop der voors. boecken andermael te notificeren."

Willebrord Snellius

1627. Febr. 9.

De gedeputeerden van de Senaet der Univ. komen in de vergaderinghe versouckende, de wijle den prof. Willebrordus Snellius deser werelt overleden was, dat niet alleen zijne weduwe, maar oock voortaen alle andere weduwen van professoren mochten genieten een jaer van gratie, dat is een jaer gagie van haren overleden mannen. Waerop geresolveert is dat alleenlick de voorn. weduwe Snellii sal genieten een jaar gagie ofte tractement van haren overleden man, soowel 't gene hem extraordinaire als ordinaire was toegevoecht, beginnende 't selve jaer van gratie metten 8en Novembris.

Frans van Schooten Senior

Frans van Schooten, professor der Duytsche mathematique, versouckt by requeste verbeteringe zijner gagie, gemerckt den tijdt kostelicker wert, ende den last zijns huysgesins verswaret; waer op gedelibereert zijnde, is den selven van Schoten zijn voorgaende tractement verhoocht met 50 gulden jaerlix, zulx dat hy voortaen tot jaerlixe wedden sal genieten eene somme van 400 guldens.

Jacob Golius

1627. Febr. 9.

Nademael Dr. Cornelius Pijnacker verklaerde door expressen last van den professor Jacobus Golius voor den selven gekoft te hebben binnen de stadt Tunis acht Arabische boucken ende dat den selven inkoop met corretage ende wisselgeld en be1iep 76 realen van achten, om de restitutie van de welcke hy den voorn. Curateuren hadde aengesproocken, mitsgaders oock den greffier Gool, vader van den voorn. professor Golius, die oock alreede eenige penningen in minderinge van de voors. realen aen den voorn. Pijnacker hadde gerestitueert; dat mede de voors. acht boecken waren alhier overgelevert mette catalogue van dien ende andere bescheyden daertoe dienende, die alle by de charters van dit collegie zijn opgesloten: soo is goet gevonden van de voors. 76 realen, 't stock gereeckent tot acht ende veertich stuyvers, te depescheren ordonnantie van betalinge opten Rentmr. van de Universiteyt ten behouve van den voorn. greffier Gool."

Jacob Golius

1627. Febr. 9.

Visum est D. collegae Golio ad habendam inauguralem orationem concedendum esse diem eiusdem mensis ; eadem sessione visum est horam ei concedendam ad docendum 9am, donec Matheseos Professor designatus fuerit.

Er is besloten door de Heren Curatoren dat aan collega Golius een dag van dezelfde maand moest worden toegekend om zijn inaugurele rede te houden. Tijdens dezelfde zitting is besloten dat hem het 9de uur moest worden toegekend om te doceren, totdat hij tot hoogleraar in de Wiskunde benoemd zou zijn.
Jacob Golius

1629. Nov. 21.

C. en B. benoemen Jacobus Golius tot afd. prof. Mathesios als opvolger van Snellius op een wedde van ƒ 600. Golius legt daarna een catalogus over van "alle geschreven boecken tot laste van de Univ. en ten dienste van deselve, in Orienten oft' Levanten gekoft ende herwarts over gedaen voeren". Hij dient een rekening in ten bedrage van ƒ 1195 en 8 st. voor dezen aankoop, boven hetgeen hij daarvoor reeds ontvangen heeft. C. en B. geven hem bovendien een vereering van ƒ 1200 voor de onkosten van zijn reis.

Jacob Golius

1630. Feb. 7.

"OPte recommendatie van den prof. Golius is geconsenteert dat seecker persoon, die d'Arabische letteren kan maecken ende nu t'Amsteledam wonende is, soo wanneer de selve alhier tot Leyden metter woone komen ende sich onder de litmaten van de Univ. laten immatriculeren sal, alsdan mede sal genieten de vrydom van de imposten van wijn ende bier, gelijck de setters der Orientaelsche boecken in de druckereye van Elsevier."

Jacob Golius

1631. Aug. 9.

C. en B. geven … Golius een jaarlijksch extraord. tractement van ƒ 100.

Frans van Schooten Senior

1632. Febr. 9.

C. en B. geven Frans van Schooten een jaarlijksche extra-toelage van ƒ 100.

Wilhem Paedts

1632. Aug 9.

Ten versoucke van den H. Meester Wilhem Paedts ende Carol us Gallus, burgemeesteren der stadt Leyden, is den selven geconsenteert seeckere blaeuwe steene sarcken, leggende op de graven van heure respective voorouders ofte vrinden in Auditorio Theologico van de Academie, te moghen van daer doen voeren ende hen selven toeeygenen, mits in plaetse van dien wederom andere blaeuwe steenen doende legghen, t'heuren koste."

Quadrant

1632. Aug 9.

"Jan Jacobsz. van Banchem, als fabryckmeester der stadt Leyden, ontboden sijnde, wert gelast te dispicieren ofte besichtighen eenighe bequame plaetse ofte gelegentheyt boven op 't gebouw van de Academie, omme aldaer te stellen ende bewaeren het instrumentum mathematicum, hier vooren geroert, ende om aldaer oock den studenten te demonstreren den loop des hemels ende van de sterren, mitsgaders van dit nieuw te maecken werck een pertinent besteck ende model te ontwerpen: alle 't welck de voorn. fabryckmeester aengenomen heeft te doen."

Astronomisch quadrant

Willebrord Snellius (1580-1626) heeft een quadrant van twee meter groot laten maken om nauwkeurige hoekmetingen te kunnen doen. Na zijn dood heeft Jacob Golius dat instrument laten plaatsen op het Academiegebouw geïnstalleerd, wat het begin van de praktische sterrenkunde als een universitair vak in de Republiek markeerde.

Museum Boerhaave: quadrant

Frans van Schooten Senior

1635. Jun. 8.

C. en B. verhoogen het extraord. tractement van Golius tot ƒ 400.

Frans van Schooten Junior

1635. Jun. 8.

Zij staan toe dat Frans van Schooten jun. bij ziekte van zijn vader, diens lessen waarneemt.

 

1638. Febr. 8.

"Wert bekent gemaeckt dat meester Henrick van Taden, vechtmeester, klaecht dat ten tijde als men anatomiseert, de professoren voot 't begin van de actie gaen wandelen in sijn schermschool en alsdan den studenten, die in hare exercitien van schermen ende diergelijcke sijn, daer uyt doen scheyden; waer op goet gevonden wert hier van by gelegentheyt te spreecken met den rector, ten eynde voor het toekomende over 't gene voors. is by ordre mach werden voorsien."

1638. Febr. 9.

Een verzoek van den schermmeester, Henrick van Taden, om een tractement te mogen hebben, wordt door C. en B. afgewezen.

John Pell

1640. nov. 8.

Is by d'heer Curator Cats openinge gedaen van de persoon ende qualiteyten van seker geleert Engelsman, synde een philosophus ende mathematicus, genaemt Magister Pellaeus die tot eene van de vacerende professien Phi- losophiae in de Universiteyt alhier wert gerecommandeert.

Frans van Schooten Junior

1646. Febr. 8.

C. en B. benoemen François van Schooten den jonge, in plaats van wijlen zijn vader, tot "Nederduyts Professor Matheseos" op ƒ 400.

Stampioen

"Op de requeste van seeckere mathematici ende landtmeters alhier binnen Leyden, de selve requeste onderteyckent hebbende, ende versouckende voorsieninge ten eynde de candidaten van die konst voortaen niet by een eenen Stampioen, maer by de Professoren Matheseos in de Univ. alhier mochten werden geexamineert, wert niet geraden gevonden daer in te treden."

Frans van Schooten Junior

1646. Nov. 5.

C. en B. geven Frans van Schooten voor de aanbieding van zijn boek de Organica conicarum sectionum in plano descriptione tractatus, ƒ 60.

Stampioen

"De voorn. Professor Schoten vertoont wijders hoe weleer de personen, trachtende landtmeters te werden in dese provincie van Hollandt, plegen alvorens geexamineert te werden by den Professoren Mathematum in de Universiteyt alhier, gelijck in andere provincien by den Professoren van iten Academien aldaer mede geschiet, maer dat sedert eenigen tijt herwaerts de voors. examinatien sijn gedaen by eenen genaemt Jan Jansz. Stampioen, mathematicus in 's Gravenhage, de welcke den voorn. personen voorhout eenige sware poincten in de mathese, die syl. niet en behouven te weten, en nochtans hen daerover als onbequame wederom sendt, streckende tot disreputatie van hem, Professor Schoten voorn., als of hy sijne toehoorders niet genouch en ouffende: waerom hy versouckt dat de voors. examinatien wederom by den Professoren Matheseos in de Academie alhier mochten werden gedaen. Waerop naer deliberatie werdt verstaen dat de gelegentheyt deser sake zal werden i vertoont aen den H. Gecommitteerden Raden van de H. Staten van Hollandt, ende van wegen dese vergaderinge versocht dat de mathematische Professoren in de Academie van Leyden tot haer voorgaende recht ende gebruyck aengaende de voors. examinatien mochten werden herstelt, ende dat in zulcken gevalle 't Hof Provinciael van Hollandt daervan by aenschryvinge kennisse mochte werden gedaen".

Frans van Schooten Junior

1646. Dec. 10.

"Op 't versouck in de voorgaende vergaderinge gedaen by François van Schoten, Professor van de Nederduytsche Mathematique, ende de resolutie dienaengaende alsdoen hier genomen ende tot elucidatie van dien, werdt goedtgevonden dat alsnoch de veranderinge off nieuwicheyt, in dese sake gevallen, aen de H. Gecommitteerde Raden zal werden vertoont by den H. C. ende B. voorn., ende versocht dat alsnoch de landtmeters by de Professoren van de Mathese alhier geexamineert ende bequaem gekent zijn de, daermede sullen mogen gestaen, ende niet gehouden zijn andermael by andere mathematici in den Hage te werden geexamineert, om tot het landtmeterschap geadmitteert te sijn, ende dat metten eersten in dese stadt Leyden sal werden ondersocht hoe ende by wien voor desen de landtmeters sijn geexamineert ende geadmitteert geweest, om, dat verstaen zijnde, alsdan nader geresolveert te werden op het verder versouck op dit subject sen den H. Gecommitteerden Raden te doen."

Frans van Schooten Junior

1647 Febr. 8.

"Na lecture van seecker schriftelick vertooch aen dese vergaderinghe overgelevert by Frans van Schoten, Nederduyts Professor Matheseos alhier, werdt goedtgevonden dat den pensionaris Wevelichoven, als secretaris van de gemelte vergaderinge, zal concipieren eene requeste op den name van de H.C. en B. voorn., met insertie van de redenen van 't voors. vertooch, ende dat deselve requeste zal werden geaddresseert aen den H. Staten van Hollandt ende Westfrieslandt, mitsgaders dat daerby zal werden versocht dat den voorn. Professor werde gequalificeert totte examinatien van den geenen, die voortaen tot het landtmetersampt zullen komen te aspireren ende toegelaten werden."

Descartes

1647 Mei 20.

"Is geopent ende gelesen eene Latijnse missive, geschreven op den 4en dach van de lopende maent tot Egmondt, van eenen genaemt des Cartes, in de welcke hy klaecht van't groot ongelijck hem aengedaen met het publiceren ende defenderen van sekere These onder het presidium van een primarius Professor Theologiae in de Universiteyt, ende van den Regent van 't Collegium Theologiae alhier, overmits hy, des Cartes voorn., in de voors. Thesis van godtslasteringe ende godtloosheyt soude sijn geinsimuleert, ende mitsdien tecn hoochsten geiniureert; ende versoeckt daer over satisfactie of dat hy anders met schriften sich daerentegens zoude moeten verdedigen, gelijck breder is te sien by deselve missive [Bijl no 661]; waerop, naer deliberatie, goedtgevonden

Wert wijders verstaen ende geresolveert by desen den voors. brief van des Cartes te beantwoorden ende in die antwoorde te stellen, dat dese vergaderinge heft den Rectoren ende Professoren Theologiae ende Philosophiae van dese Universiteyt, mitsgaders de Regenten van den Collegie Theologiae ontboden ende vermaent, mitsgaders voorts soodanigen ordre gestelt, dat voortaen in disputatien, lessen ende andere publique actien alhier van sijnen name off philosophie geene mentie meer en sal werden gemaeckt, noch pro noch contra, verhopende dat hy daermede zal nemen contentement ende versouckende oock voortaen geen oorsake tot contraventie der voors. ordre te willen geven, opdat alle vordere swaricheden ende moeyelickheden mochten worden geweert ende voorgekomen, gelijck sulcx breder kan werden gesien by deselve missive van antwoorde."

Frans van Schooten Junior

1647 Dec. 2.

C. en B. kennen van Schooten, boven zijn wedde van ƒ 400, een extraord. tractement van ƒ 100 toe.

Jacob Golius

1647 Dec. 3.

"Naer lecture van het volgende vertooch van den Professor Jacob Gool [Bijl no. 667], wert, om redenen in 't voors. vertooch verhaelt, goedtgevonden by desen den voorn. Professor Gool te authoriseren om de vijff geschreven Persiaensche boucken, in 't voors. vertooch gespecificeert, voor den prijs mede aldaer uytgedruckt, te mogen kopen voor dese Universiteit, ende dat hem daer toe eene ordonnantie ter somme van 75 guldens op den Rentmr. der voors. Universiteit sal werden verleent, mitsgaders dat de voors. boucken, alsoo gekost ende betaelt wesende, sullen werden gebracht op de publique Bibliotheque, om in der kasse aldaer opgesloten, ende ten dienste van de Universiteit bewaert te worden."

… vijff geschreven Persiaense boucken, 't een handelende van de medicine, twee van morale ende spirituele saken, … religie der Persianen, … een chronyck van 't Persiaensche rijck ….

Frans van Schooten Junior

1653. Febr. 9.

C. en B. verhoogen het extraord. tractement van van Schoten tot 250.

Frans van Schooten Junior

1653 Oct. 30.

Eadem sessione, Senatui visum est, ut nomen D. Francisci a Scoten Professoris Matheseos, ordini lectionum publicarum inseratur

Tijdens deze zitting heeft de Senaat besloten de naam van Frans van Schooten toe te voegen aan de orde van publieke lezingen.
Series Lectionum

1654 Febr.

Hora nona

D. M. Jacobus Golius, Prof. Mathesios, exponit Mathesin Generalem

Hora quinta

D. Fransiscus a Schooten, Math. Prof. Belgicus, vernacula lingua exponit Geometria Praxin; qua finita, ad Solidorum Geometriam explicaturus est selectas aliquot propositiones, e posterioribus Euclidis libris, atque ex Archimede, petitas. Hora undecima locoque solito.

Series Lectionum

1654 Sept.

Hora nona

D.M. Jacobus Golius exponit Euclidis Elementa.

Hora quinta

D. Fransiscus a Schooten, vernacula lingua exponit Geometriae Praxin; qua finita, ad Solidorum Geometriam explicaturus est selectas aliquot propositiones, e posterioribus Euclidis libris, atque ex Archimede, petitas. Hora undecima locoque solito.

Series Lectionum

1656 Febr.

Hora nona

D. Jacobus Golius Mathesios partem de proportionibus et analysi exponit.

Hora quinta

D. Fransiscus a Schooten ad Solidorum Geometriae explicationem vernacula lingua exponit selectas aliquot propositiones, e posterioribus Euclidis libris atque ex Archimede petitas. Hora undecima locoque solito.

Series Lectionum

1657 Febr. / Sept.

Hora nona

D. Jacobus Golius Astronomiam, cum triangulis sphaericis, exponit.

Hora quinta

D. Fransiscus a Schooten Fortificationem tum defensivam tum offensivam exponit vernacula lingua. Hora undecima locoque solito.

Series Lectionum

1658 Febr.

Hora nona

D. Jacobus Golius Elementa Geometriae exponit.

Hora quinta

D. Fransiscus a Schooten vernacula lingua Gnomonicam exponit. Hora undecima locoque solito.

Frans van Schooten Junior

1658 Febr 27.

C. en B. geven … Franciscus van Schooten voor de dedicatie van zijn tractaet de Constructione problematum simplicium geometricorum eene (vereering) van ƒ 50.

Frans van Schooten Junior

1658 Aug. 8.

C. en B. verhoogen het extraord. tractement van van Schooten met ƒ 50.

Series Lectionum

1658 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa Geometriae et Staticae exponit.

Hora quinta

D. Fransiscus a Schooten vernacula lingua Triangulorum sphaericorum doctrinam exponit. Hora undecima locoque solito.

Jacob Golius

1658 Sept. 18.

"Is gelesen een schriftelijck vertooch, mitsgaders eene schriftelicke memorie ende declaratie van den Professor Gool, aengaende 't gene by den selven Professor ten dienste van d'Universiteyt was uytgereyckt ende betaelt, als eerstelick ten behouve ende tot onderhout van seker Armenisch Christen genaemt Siahyn Kandi, de welcke eenige Orientaelsche boucken voor de publycke Bibliotheque had gecopieert, de somme van 245 guldens ende 3 stuyvers …

Series Lectionum

1659 Febr.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa Staticae et Opticae exponit.

Hora quinta

D. Fransiscus a Schooten exponit Arithmeticam; qua finita selectas aliquot Euclidis propositiones est explicaturus.

Henrick Snewints

1659 Mei 8.

"Dewijle by resolutie van den C. ende B. genomen den 17en Decembris in den voorleden jare 1658 was verklaert, dat d'erffgenamen van wijlen meester Henrick Snewints, in sijn leven mathematisch instrumentmaecker, het onvolmaeckt instrument van den selven Snewints, gehecht aen't groot quadrant staende boven in het toornken op d'Academie, souden mogen laten aestimeren by ymandt hem des verstaende, ende dat Jan Davidt, oock mathematisch instrumentmaker, …."

Series Lectionum

1659 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa Opticae et Astronomiae exponit.

Hora quinta

D. Fransiscus a Schooten exponit Algebram.

Series Lectionum

1660 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa Opticae exponit.

Frans van Schooten Junior

1660 Aug. 7.

"Dewijle François van Schooten, die in sijn leven is geweest Professeur van de Nederduytsche Mathematycque, dese werelt was gecomen t'overlijden, ende dat oversulcx die professie vacant geworden sijnde, Petrus van Schooten, broeder van den overleden, by requeste versouckt die vacerende plaetse te mogen becleeden; dat oock eenige andere personen tot de voors. becleedinge in consideratie sijn gebracht, soo wert goetgevonden omtrent de voors. professie ende de voorn. persoonen te hooren de consideratien van D.M. Jacobus Golius, Mathematum Professor in d'Universiteyt alhier.

Series Lectionum

1660 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa de Propositionibus demonstrat.

Petrus van Schooten

1660

Lecta sunt acta, quibus a D.D. Curatoribus et Consulibus Professor Matheseos in Belgica lingua per provisionem designatur D. Petrus van Schoten.

De notulen zijn voorgelezen, volgens welke door de curatoren en bestuurders als professor in de wiskunde in de Nederlandse taal wordt benoemd: Petrus van Schooten.
Series Lectionum

1661 Febr.

Hora nona

D. Iacobus Golius Menelaum de Triangulis sphaericis, auctorem Graecum, Graece deperditum, ex Arabica versione Latine redditum exponit.

Petrus van Schooten

1661 Febr. 8.

C. en B. besluiten dat Petrus van Schooten "by provisie ende op eene preuve de professie van de Nederduytsche mathematique" vaceerende door het overlijden van zijn broeder Frans van Schooten zal bekleeden.
Zij geven Petrus van Schooten een vereering van ƒ 75 voor de dedicatie van het door hem uitgegeven tractaat De concinnandis demonstrationibus geometricis ex calculo algebraico, van zijn overleden broeder Frans, en voor de aanbieding van eenige exemplaren van Geometria Renati Descartes.

Petrus van Schooten

1661. Apr. 25.

Lecta sunt acta, quibus a D.D. Curatoribus et Consulibus Professor Matheseos in Belgica lingua per provisionem designator I). Petrus van Schoten [Doc. A. S. VI . f.61].
Petrus van Schooten

1661 Nov. 7.

C. en B. stellen Petrus van Schooten aan tot Prof. der Nederduytsche mathematicque op ƒ 200.

Series Lectionum

1661 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius Logisticen, tum aritbmethicam, tum symbolicam, primam Mathematum partem et fundamentum exponit.

Series Lectionum

1662 Febr. / Sept.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Fortificationem tam offensivam quam defensivam exponit. Hora undecima locoque solito.

Series Lectionum

1663 Febr.

Hora quarta

D. Iacobus Golius elementa Astronomica exponit.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Fortificationem exponit, deinde Perspectivam, tum communem tum curiosam, eiusque in Cosmographia et Gnomonicis usum scientifice est explicaturus. Hora undecima locoque solito.

Series Lectionum

1663 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa Astronomica exponit iuxta hypothesin terrae motae.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Perspectivam, tum communem tum curiosam, eiusque in Cosmographia et Gnomonicis usum explicat. Hora undecima locoque solito.

Petrus van Schooten

1663 Nov. 12.

C. en B. verhoogen de wedde … van van Schooten van ƒ 200 tot ƒ 400.

Series Lectionum

1664 Febr.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa Astronomica exponit iuxta hypothesin terrae motae.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Perspectivam, tum communem tum curiosam eiusque in Cosmographia et Gnomonicis usum explicat. Hora undecima loco solito.

Series Lectionum

1664 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa Matheseos tum universalis tum specialis Arithmeticae et Geometriacae alternis biduis demonstrat.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Perspectivam, tum communem tum curiosam eiusque in Cosmographia et Gnomonicis usum explicat. Hora undecima locoque solito.

Series Lectionum

1665 Febr.

Hora nona

D. Iacobus Golius elementa Matheseos tum universalis tum specialis Arithmeticae et Geometriacae alternis biduis demonstrat.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Gnomonicam directam, reflexam et refractam explicat. Hora undecima locoque solito.

Series Lectionum

1665 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius ad Euclidem lectiones habet et Mathematicae demonstrantionis methodum ostendit

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Gnomonicam directam, reflexam et refractam explicat. Hora undecima loco solito.

Petrus van Schooten

1666 Febr. 8.

C. en B. verhoogen de wedde van van Schooten tot 500;

Series Lectionum

1666 Febr.

Hora nona

D. Iacobus Golius, reliquis ad Euclidem lectionibus absolutis, Opticam explicabit.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Gnomonicam directam, reflexam et refractam explicat. Hora undecima loco solito.

1666 Febr 8.

"Is geconsidereert dat de jegenwoordige vacantien deser Universiteyt te menichvuldich sijnde, daer door grooten ondienst ende voor d'Universiteyt mitsgaders voor de studenten in de sleve komt t'ontstaen, ende mitsdien goetgevonden dat metten Senaet sal werden overleyt of de vacantien voorn. in de navolgende forme niet en souden dienen te werden gerestringeert, als namentlijck dat de vacantie van Kerstmis tot den tweeden Januarij, van Paesschen tot acht dagen daernae, van Hemelvaertsdach tot den derden dach nae Pinxteren, van den eersten Augusti tot den eersten September alle incluys, mitsgaders op den 3en Octobris alleen, voortaen souden werden gehouden, …

Series Lectionum

1666 Sept.

Hora nona

D. Iacobus Golius Opticae elementa demonstrat.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Gnomonicam directam, reflexam et refractam explicat. Hora undecima loco solito.

Series Lectionum

1667 Febr.

Hora nona

D. Iacobus Golius Dioptricen demonstrat.

Hora quarta

D. Petrus a Schooten Algebram exponit. Hora undecima loco solito.

Series Lectionum

1667 Sept.

Hora tertia

D. Petrus a Schooten Analysin speciosam sive recentiorum Algebram exponit. Hora undecima loco solito.

Samuel Kechel

1667. Nov. 8.

Opt ernstich versouck van Samuel Carel Kechel, mathematicus, om in plaetse van den overleden Heer Gooi, in sijn leven Professor Matheseos, tot de voors. professie te werden gevordert, soo is goetgevonden aen d'een sijde't voors. versouck wel t'excuseren, doch om niet te min den voorn. D. Kechel in sijnen dienst t'encouragereu, denselven te geven permissie om op het toornken der Univ. de gewoonlicke astronomische demonstratie te doen, ende daervoor hem in plaetse van ƒ 200, ƒ 400 jaerlicx toe te vougen.

Series Lectionum

1668 Febr.

Hora tertia

D. Petrus a Schooten Analysin speciosam sive recentiorum Algebram exponit. Hora undecima loco solito.

Samuel Kechel

1668. Maart 22.

Na de doodt van Samuel Kechel, Mathematicus en litmaat deser Universiteyt, woonende by Antony Hoevenaer, horologimaker alhier, sonder testament off hier bekende erffgenamen,

Christiaan Melder

1668 Mei 22.

C. en B. beroepen tot opvolger van Golius als Matheseos Prof. D. Christianus Melder te Dordrecht, op ƒ 1200, en besluiten uit te zien naar een opvolger van Gool als Prof. in het Arabisch.

Christiaan Melder

1668 Oct 16.

Eadem sessione D. Melder ad legeudum data est hora 9a.

Christiaan Melder

1668 Nov. 13.

C. en B. geven den prof. Melder 100 voor verhuiskosten

Series Lectionum

1669 Febr.

Hora nona

D. Christianus Melder Architecturam militarem, eaque finita selctiora Mathematica docebit.

Hora tertia

D. Petrus a Schooten Euclidis elementa, et selecta ex Archimede theoremata via faciliori ac breviori demonstrat Geomet. pract. Hora undecima loco solito.

Series Lectionum

1669 Sept.

Hora nona

D. Christianus Melder Architecturam militarem eaque finita selctiora Mathematica docebit.

Hora tertia

D. Petrus a Schooten Euclidis elementa et selecta ex Archimede theoremata via faciliori ac breviori demonstrat Geomet. pract. Hora undecima loco solito.

Petrus van Schooten

1670 Febr 7.

C. en B. geven van Schooten toestemming "diebus feriatis" in de Academie mathematische lessen in het Latijn te geven, mits hij zich met Prof. Meller over het te behandelen onderwerp versta.
C en B. benoemen D. Kraen, Medicinae Prof. te Nijmegen, tot Prof. in de Philosophie op ƒ 1000 en ƒ 200 extraord.

… op (kerkelijke) feestdagen …
Theodorus Cranen

1670. Mrt. 10.

C. en B. beroepen Theod. Kraen a) te Nijmegen tot ord. Prof. Pbilosopbiae op een wedde van ƒ 1000, en tot Subregent van bet Collegie op ƒ 600;

 

NB: géén vermelding dat hij ook wiskunde gaat geven.
Petrus van Schooten

1670 Mrt 14.

Lectis actis D.D. Curatorum et urbis Leydensis Consulum, quibus D. Petro van Schoten, Professori Mathematices in lingua Belgica, permittitur ut in eadem arte lectiones Latinas in Academia habeat tanquam Professor ordinarus, ei data est hora 2a pomeriadiana ad legundum [Doc A.S. X f.108]
in het besluit van C. en B. staat: "in qualiteyt als extraordinaris Professor".

De notulen van de Heren Curatoren en Burgemeesters van de stad Leiden werden voorgelezen, waarin Petrus van Schooten, hoogleraar in de Duytsche taal, wordt toegestaan in dezelfde discipline colleges in het Latijn te geven als gewoon hoogleraar. Voor zijn colleges is hem het 2de uur 's middags toegekend.

Theodorus Cranen

1670. Mei. 8.

C. en B. bepalen dat Prof. Cranen en de lector Harderus 17 Mei hun inaug. oraties zullen houden.

Theodorus Cranen

1670 Jun. 3.

Exhibita lectaque sunt acta D.D. Curatorum et urbis Conss., quibus D. Theodorus Kraane, in illustri schola Neomagensi nuper Professor, ad ordinariam Philosophicam professionem vocatur [Doc. A. S. X f. Iii].

Series Lectionum

1670 Sept.

Hora nona

D. Christianus Melder Institutiones astronomicas ad usum globorum demonstrat.

Hora tertia

D. Petrus a Schooten Gnomonicam vernacula lingua explicat. Hora undecima loco solito.

Series Lectionum

1671 Febr.

Hora nona

D. Christianus Melder Nobiliss. Renati Des Cartes Dioptricam exponit. astronomicas ad usum globorum demonstrat.

Hora tertia

D. Petrus a Schooten Gnomonicam vernacula lingua explicat. Hora undecima loco solito.

Series Lectionum

1671 Sept.

Hora nona

D. Christianus Melder Nobiliss. Renati Des Cartes Dioptricam exponit. astronomicas ad usum globorum demonstrat.

Hora tertia

D. Petrus a Schooten Gnomonicam vernacula lingua explicat. Hora undecima loco solito.

Christiaan Melder

1672 Mei 16.

"Op de representatie van D. Christianus Melder, Professor Matheseos, van dat het seer dienstigh ende insonderheyt by deses tijts gelegentheyt van een apparent succes soude sijn, indien hy de institutie van de fortificatien ende 't geen daer aen soude mogen dependeren niet alleen theoretice maer by effective demonstratie soude mogen doen, ende dat sijne genegentheyt, gelijck mede het verlangen van verscheyde studenten wel daer henen soude gaan dat tot het doen van de voors. demonstratie een bequaam stuxken landts by C. ende B. gedespicieert ende tot de voors. exercitatie geapproprieert soude mogen werden, ende alsoo door het opwerpen van enige figuuren de voors. studenten van de nuttigheyt ende de operatie van alderhande fortificatien by oculaire inspectie grondelijk te konnen informeren, is goedgevonden en verstaan dat Burgemeesteren der stad Leyden sullen worden versoght ende geautoriseeert, gelijck derselve versoght ende geautoriseert werden mits desen, om een ofte twe hont lands ven een gelegene situatie ten dien eynde in te koopen ofte wel voor eenige tijd van jaren in huyre aen te staan soo als deselve commodieuselyx ende ten meeste mesnage van deselve Universiteyt sal konnen geschieden."

Christiaan Melder

1672 Oct. 7.

"Het secretarisampt van de Senaet van de Universiteyt door het affsterven van wylen D. Daniel Colonius, in sijn leven Professor in de Reghten, vacant gewerden synde, hebben de H. C. ende B. in consideratie van de goede en aengenaeme diensten by D. Christianus Meller, Professor Matheseos in de selve Universiteyt, gepresteert en de bysondere moeyten ende vigilantie by den selve in 't exerceren van de studenten in de wapenhandelinge ende andere militaire oeffeningen en wetenschappen eenigen tydt herwaarts met een goed succes geadhibeert, mitsgaders in vertrouwen dat hy sigh daerinne by continuatie sal blyven evertueren, den voorn. D. Christianum Mellerum aengestelt en gecommitteert, gelyck sy denselven aenstellen ende committeren mits desen, tot secretaris van den voorn. Senaat en dat op soodanige voordeelen, privilegiën ende emolumenten, als hetselve ampt jonxst by den voorn. D. Professor Colonius bedient is geweest; ende wert den secretaris Burgersdyck versoght ende gelast de commissie daertoe dienende op te maeken ende aen den voorn. D. Mellerus te behandigen".

Theodorus Cranen

1673. Febr. 8.

"Is mede eyndelyck verstaan dat den heer Professor Cranen volgens de Statuten van 't voors. Collegie geen andere Logicam ofte Metaphysicam in Collegio Ordinum sal mogen doceren ofte interpreteren als die van Franco Burgersdicius."

Theodorus Cranen

1673. Aug. 14.

"D. Fredericus Spanhemius, heeft aen de C. en B. mondelingh gerepresenteert dat hem ter hande gekomen wesende seekere Exercitationes Physicae om by Abrahamus Weerden, bursael in het Neder- duytsche Collegium Theologie, op den 1 July nu jonxstoverstreeken sub praesidio D. Theodori Kranen, Sub-regens van't selve Collegium, gedefendeert te werden, (etc..)
Insonderheyt dewyle den voorn. D. Theodorus Kranen by resolutie van den 24en February jonxstleden was geinjuugeert om geene andere Logicam en Metaphysicam te mogen doceren ofte interpreteren als die van Franco Burgersdicius. Edogh alsoo den voorn. Kranen geseyt wierde vertrokken te syn nae Amsterdam ende sulx voor alsdoen in syne defensie niet konde werden gehoord, soo is de deliberatie dienaengaende uytgestelt tot desselfs wederkomste, werdende den secretaris versoght ende gelast hem te informeren op het logement van den voors. Kranen in de voors. stad ende alsdan den selve ten spoedighste herwaarts te beschryven."

Theodorus Cranen

1673. Aug. 28.

"Den Rector Magnificus, D. Fredericus Spanhemius, Professor in de H. Theologie in de Universiteyt alhier, heeft alsnogh aen de C. ende . gerepresenteert en in effecte weder verhaelt 't geen hy op den 14en Augusti daer bevorens aen deselve te kennen hadde gegeven, (etc..)
Ende sal van dese resolutie copye authentycq toegesonden werden aen den Rector ende Senaet mitsgaders aen den voorn. Professor Cranen tot haer respective naerightinge."

Theodorus Cranen

1673. Dec. 1.

"soo is goedgevonden ende verstaan dat den voorn. D. Theodorus Kranen van de professie Philosophie ende het Subregentschap van 't selve Collegium sal werden ontslagen ende gedimitteert, gelyck deselve daer van ontslagen ende gedimitteert werd mits desen;"
"Ende voorts procederende tot de suppletie van de vacante professio Medicinae hebben C. en B. den voorn. D. Theodorum Cranen aengestelt, ver- kooren en gecommitteert, gelyk sy den selve aenstellen, verkiesen en com­ mitteren mits desen, tot ordinarium Medicinae Professorem in de voors. Uni- versiteyt ende dat op een tractement van 1000 guld. jaerlyx, des dat by sigh geene andere 't sy publycque 't sy private institutien sal onderwinden, als die van de Medicine."

Theodorus Cranen

1673. Dec. 4.

"dat den voorn. Theoderus Cranen op de acceptatie van de voors. commissie hadde gemoveert: eerstelyk dat hy niet wel sonder syne groote ongelegentheyt uyt het voors. Collegium sonde kunnen delogeren binnen den tyd in de voors. resolutie geprescribeert, versoekende dat den voors. terminus voor eenigen tijd, ten minsten tot den len January 1674 moghte werden geprolongeert; ten andere dat hy nogh twe particuliere collegia hadde loopen, het eene Algabraicum ende het andere in Physicis,"

Petrus van Schooten

1674 Juli 13.

"By C. en B. overwogen sijnde of niet aen Dominus Petrus Schooten, Professor in de Duytsche ende Latijnse mathesis, ten respecte van de voors. dobble proefessie ende den arbeyt by hem daerinne geimpendeert eenig meerder tractement soude behooren te werden toegestaan, hebbende nae rijpe deliberatie ender sonder eenige reflexie te nemen op eenige versoeken, die van sijnentwegen soude mogen wese gedaan, goedgevonden ende geresolveert dat ten respecte van sijne Latijnsche professie het voors. tractement sal werden verhoogt met een somme van 200 guld. jaerlyx."

Christiaan Melder

1678 Feb. 15.

"C. en B. ten besten niet vergenoeght wesende in de conduitte ende de manier van leven van den Professor Christianus Melder, mitsgaders in de debvoiren, die hy aengaende sijne professie ende de institutie van de studenten behoorde te presteren, hebben niet konnen goedvinden het voors. ongenoegen langer te dissimuleren, maer geresolveert hem daerover ter eerste byeencomste in hertelijcke termen te reprehenderen, met verklaringe dat indien hy onaengesien de voors. vermaninge sijne tot nogh toe gehouden cours niet quam te verlaaten, ende sigh ten genoege van C. ende B. te evertueren, in dien gevalle souden incurreren in derselver hoogste disgratie.

1680 Mrt. 4.

Eadem die propter venditionem librorum Consulis Golli et Professoris Schooten feriae sunt decretae.

Diezelfde dag zijn vrije dagen afgekondigd wegens de verkoop van de boeken van bestuurder Gool en professor van Schooten.
Series Lectionum

1681 Febr.

Hora nona

D. Christianus Melder selectiora ex Mathesi docebit.

Petrus van Schooten

1681 Mei 8.

"In consideratie genomen sijnde off niet dienstigh soude sijn dat de professie in de duytsche Mathematycque, jonxst bedient geweest sijnde door Petrus van Schoten zal., wierd gemortificeert, es goedgevonden en verstaan, dewijle de reedenen ende oorsaecken van de eerste instellinge van 't voors. professoraat al over eenigen tijd sijn gecomen te cesseren ende die functie alsnu van die nuttigheyt niet is, dat de finantie van de Universiteyt met het tractement van een Professor by continuatie soude blijven gedruct, dat daeromme het voors. ampt van nu aff aen sal sijn ende blijven gemortificeert."

de Volder

1682 Apr. 25.

C. en B. benoemen tot Prof. Mathesos, in plaats van Melder, die overleden is, Burch. de Volder, op een wedde van ƒ 300, met verplichting om tweemaal per week, des Woensdags en Zaterdags "Mathesin te lesen".

de Volder

1682 Mei 12.

Onder intrekking van hun besluit van 25 April, bepalen C. en B. dat de Volder op twee der gewone collegedagen onderwijs in Mathesis zal geven, en verhoogen zijn wedde tot ƒ 400.

Theodorus Cranen

1684 Dec. 18.

"By resumptie gedelibereert sijnde off men de exercitien in de Duytsche Mathesis niet wederom behoorde te hervatten, ende daertoe als Professor niet behoorde te worden versoght D. Theodorus Cranen, Professor Medicinae in dese Universiteyt, die soo geseyd werd daertoe al eenige genegentheyt soude hebben getoont, ende daer tegens in consideratie genomen sijnde dat eenige jaeren geleden de voors. professie nae een aendachtigh overlegh was gemortificeert, soo is de finale resolutie darop te nemen uytgestelt tot nader deliberatie.

 

Frans van Schooten verwijst op bladzijde 384 naar Theodorus Cranen.
384
Henricus Coets

1691 Febr. 10.

C. en B. geven den mathematicus Henricus Coets, voor de dedicatie van zijn Euclides, een verering van 20 ducatons.

Henricus Coets

1691 Dec. 11.

Cum per Rectorem petiisset D. Coets id honori suo a Senatu dari, ut sibi liceret de collegiis et exercitiis suis Mathematicis studiosos certiores racete propositis schedulis intra Academiae cancellos, idemque iam ante illi indultum diceretur, visum Senatui ruit, quod iure petere videretur D. Coets, id ei non denegare.

 
Henricus Coets

1697 Mei 8.

Zij besluiten een Professor in de Duytsche Mathematyq op een wedde van ƒ 600 aan te stellen en Z.M. "als selve seer grondige kennisse hebbende van dese materie" te verzoeken, "een bequam subject daertoe te willen despicieren"; en zoo Z.M. daartoe niemand aanwijzen wil, voor te slaan de personen van Koets of Symbagh.

Quadrant

1701 Mei 18.

"Lotharius Symbagh, Medicinae Doct., ter vergaderinge sijnde binnen gestaen, heeft aan de H. C. ende B. gepraesenteert seker instrument in de astronomie genaemt planetolabium, dienende t'selve om op een facile ende klare wijse de waere plaetse van de geven planeten ende van de vaste sterren naa lengte ende brete aan te wijsen, mitsgaders om de eclipsen van son ende maan infallibel wt te rekenen, sulx het voors. instrument in allen deelen perfectelyk ende van grooter gebruyk sou de sijn als 't automatum planetarium door den heer Huygens geinventeert, ende is by den voorn. Doct. Symbag wijders versogt, dat de H. C. ende B. de dedicatie van 't voors. iustrument sonde gelieven te accepteren, ende t'selve op de publycque Bibliotheeq te doen plaetsen benevens de globen, ten eynde aldaer tot een ornament mogte verstrecken ende de studenten tegelijk hierdoor geanimeert worden, om sijne institutie in Astronomicis ende Mathesi te gebruyken.
Waarop gedelibereert sijnde, is goedgevonden ende geresolveert 't gemelte versoek toe te staan, ende is aan den voors. Symbagh tot recompense van 't exemplaer door. hem aan de opgemelte Bibliotheeq ende aan ider van de leden deser vergaderingh vereert toegevougt de somme van 315 gulden."

Henricus Coets

1701 Mei 18.

C. en B. benoemen tot Lector van de Duytsche Mathematique voor den tijd van 3 jaar, op een jaarwedde van f 400, D. Henricus Coets, die gedurende eenige jaren privaat-colleges in Mathesis heeft gegeven, en door den Luitenant-Generaal Coehoorn zeer is aanbevolen bij den secretaris van den Bergh.

Henricus Coets

1701. Juni 27.

C. en B. wonen de inangureele oratie van Coets in de Engelsche kerk bij.

Henricus Coets

1704. Mei 8.

C. en B. machtigen den rentmeester een stuk weiland gelegen buiten de Koepoort aan de Haagsche Trekvaart te huren, waarop de Lector Coets zijn demonstratien in Geometrie en Architectura militalis kan houden

De rentmeester deelt ter vergadering van C. en B. mede, dat hij bezoek heeft gehad van twee landmeters, Nicolaes en Jacob Cruyckius, die hem kaarten overleverden van de Universiteits-tienden in Delfland en Schieland die zij op last van den Curator van Bleiswijck vervaardigd hadden, en waarvoor zij ƒ 4505 vorderden, namelijk 530 dagen à ƒ 8,50.

C. en B., aan wie van een dergelijken last niets bekend is, achten dit bedrag bovendien veel te hoog, en geven de landmeters in overweging hun vordering belangrijk te verminderen.

Henricus Coets

1704. Nov. 8.

C. en B. geven … den Lector Coets voor de opdracht van zijn Euclides ƒ 50.

Henricus Coets

1705. Febr. 1.

C. en B. verhoogen de wedde … van Coets met ƒ 100.

Henricus Coets

1705. Mrt. 17.

Qoaesitum a Rectore an albo Academico inscribendi essent illi omnes, qui apud Dominum Coetsium darent operam Mathesi. Et conclusum est esse, exceptis qui officinam, aut vilem aliquam artem et manu ariam exercent, iis etiam, qui fraudando vectigali mensem unum aut alterum tantum ipsum frequentant, nee recensendos, quam qui quotannis testimonio, quod revera studiis dent operam, a Coetsio muniti.

 
Henricus Coets

1712. Nov. 25.

Cum duo causidici, sive procuratores iudiciales Curiae urbanae peterent a Magnifico D. Rectore inscribi alto studiosorum buius Academiae, et causarentur se artibus Mathematicis dare operam ductu D. Coetsii, etiam in studiis iuris uti institutione privati alicuius iuris periti, aliaeque adferrentur ab ijs causae indulgendi privilegii Academici, et e diverso allegaretur ipsos fungi munere civitatis publico, et praeterea subesse iurisdictioni urbanae, placuit Senatui eos ad inscriptionem et privilegia non esse admittendos, resistentibus Academiae statutis.

 
Henricus Coets

1724. Febr. 20.

Rector Magn. retulit ad Senatum de illis, qui ad testimonia Lectoris Coetsii albo inscripti Academico tarnen dicuntur membra corporum civicorum, vulgo gilden, quorum non exiguus numerus iussu Ampliss. Consulum Rectori Magn. est editus. Relicta res est arbitratui Rectoris Magn. qui in subsidium advocet Assessores.

 
Henricus Coets

1734 Aug. 9.

C. en B. ontlasten 's Gravesande van het onderwys in de Nederduytsche doctrine van de civile en militaire bouwkunden, met behoud van tractement, en benoemen tot Lector in de Duytsche Mathematyck" Willem La Bordus, op een wedde van ƒ 400.

Henricus Coets

1734 Oct. 23.

Syn de H. Curateuren, Schout, Burgermeesteren, Schepenen en ministers gegaen van het Raedhuys na het Falide Bagynhoff, ende hebben aldaer in de Engelsche Kerk aengehoort de Nederduytsche redevoering welke D. Wilhelmus La Bordus met een algemeene goedkeuring ende toejuyging van syn aenhoorderen ter inwydingh van syn Lectoraet in de Nederduytsche Wiskonst gedaen heeft over de Nuttigheyt van 't onderwys der Wiskonst, voornamentlyk in dit landt en bysonderlyk in de Nederduytsche spraeke".