Voetnoten bij Euclides

Opvallend is dat van Schooten verwees naar het vijfde boek van Euclides over verhoudingen en het zesde boek over gelijk­vormige figuren. In plaats daarvan kon hij ook verwijzen naar de 28ste propositie en de de 29ste propositie over Z-hoeken uit het eerste boek. Kennelijk vond Van Schooten het belangrijk om de wijsheid van Euclides breed uit te meten. In de leerlingen opdrachten is bij voorkeur geput uit de proposities uit het eerste boek. De proposities uit het vijfde en zesde boek zijn waar mogelijk vermeden. In een bijlage is uitgewerkt naar welke proposities Frans van Schooten verwees.

  1. Verwezen wordt naar het vijfde werkstuk het delen van een lijnstuk in twee gelijke delen. Dat is hetzelfde als de 10de propositie .
  1. Verwezen wordt naar het eerste en tweede axioma:
  2. Verwezen wordt naar het derde axioma:
  3. Verwezen wordt naar het derde axioma:
  4. Verwezen wordt naar de 4de propositie uit het zesde boek:
  5. Verwezen wordt naar de 16de propositie uit het vijfde boek:
  6. Nogmaals wordt verwezen naar de 4de propositie uit het zesde boek:
  7. Verwezen wordt naar de 14de propositie uit het vijfde boek: