I. Voorstel.

Te vinden de lengte der liny AB, alsmen alleen tot A, het een eynde derselve, komen kan.

Gestoocken hebbende t'eeniger plaets C, waer 't valt, een stock, so sal men in de roying CB een andere stock na gevallen steecken, / als bij voorbeelt in D. Dan verlengende CA en DA, en in deselve genomen hebbende AE, AF ghelijck CA, DA, so laet over beyde stocken E en F so lang achterwaerts uyt-gegaen worden / totter tijt men zy gekomen in de liny AB, dat is / totter tijt men beyde punte A en B over malkander siet. 't Welck so men 't neemt te gebeuren in G, so sal alsdan GA soo lanck zijn als AB.

Derhalven om te weeten hoe veel roeden of voeten / etc. de liny AB lanck zy / soo salmen alleen met een keten of maet-stock ervaren / hoeveel roeden of voeten / etc. de liny GA begrijpt: want even soo veel roeden oft voeten / etc. dan de liny AB oock doen sal.