Vorders / alsoo in de V en VI figuer i de twee hoecken DCB, BDC met t'samen den hoeck BDA weynigher den hoeck ACB, dat is / den hoeck CAD, met noch den hoeck CAD aen twee rechte hoecken ghelijck zijn; en deselve 2 hoecken met den hoeck DBC oock aen twee rechte gelijck zijn: soo blijckt insgelijcx in de V en VI figuer dat den hoeck DBC dobbel is met den hoeck CAD.

Eyndelijck / in de VII en VIII figuer; nadien k de twee hoecken DCB en BDC met den hoeck ACB min den hoeck BDA, dat is / den hoeck CAD, met t'samen den hoeck CAD aen twee rechte gelijck zijn; en deselve 2 hoecken met den hoeck DBC oock aen twee rechte gelijck zijn: soo is van gelijcken openbaer in den VII en VIII figuer / dat den hoeck DBC met den hoeck CAD dobbel is.

Hier benevens so kan oock sodanige ghestalte des instruments bedacht worden / in welcke AB, BC (als in de IX en X figuer) / of oock AB, BD (als in de XI en XII figuer) in een rechte liny valle. Want daer wederom ghebeuren sal / dat den hoeck DBC dobbel is met den hoeck CAD. Want in de IX en X figuer l is den

uytwendi-