XVII. Afdeeling.

Van de vierkanting der Parabole.

Om een Parabola in een vierkant te verandern, soo zy gezocht de reden der linien NO, NQ, en NP, te weeten, treckende NO tussen AC en MD met een van haer beyden even-wydig. Stellende daer toe

De rechte syde  r
AC of NO  x
NQ  y
en AR of NP  z

Waerom / nadien / uyt de eygenschap van een Parabola, het vierkant / begrepen van de rechte syde r, en het stuck der middel-liny AC, na 't 11 Voorstel van't 1ste boeck der Kegel-sneden van Apollonius, gelijck is aen 'trecht-vierkant beschreven op CD: soo sal 't CD of AM zijn rx, en derhalven AM rx. Om deselve reden sal RP of AN zijn rz. Hierom / dewij; / wegens de gelijckformicheyt der drie-hoecken AMD, ANQ, AM rx is tot MD of AC x, gelijck AN rz tot NQ  y: soo sal yrx, het vierkant der uytterste / na 't 16 Voorstel des 6sten boecks Euclidis, gelijck zijn xrz, 't vierkant der middelste. Dat is / multipliceerende yder deel in sich selfs / so komt yy, rx xx, rz. En deelende weder-zijds door rx, soo komt yyxz. Dat is / dattet quadraet van NQ is gelijck het vierkant

van