van NO en NP; of / 't geen het selve is / dfat ON is tot NQ, gelijck QN tot NP. 'Tselve verstaet van yder rechte NO, getrocken tussen AC en MD, waer 't valt / zijnde met een van haer beyden even-wydig.
Derhalven verdenckende een Conus en Cylinder van een selfde basis en hoochte / te weeten / welckers beyder basis zy de Circkel der halve middellijn MD, en gemeene asse de rechte AM, nadien wegens de even-reednige
I.II.III.
NO , NQ , en NP ,
de 1ste NO tottet quadraet op de 2de NQ, en dit alsoo in't on-eyndig te verstaen is van alle rechte NO, NP, en van alle quadraten NO, NQ: soo sullen / nemende DM voor scheer-draet of grondt-lijn / alle de draden of lijnen des even-wydigen vierkants ACDM zijn tot alle de draden of lijnen des drie-sydigen figuers APDM, gelijck alle de quadraten des Cylinders tot alle de quadraten van de Conus; of / 'tgeen het selfde is / na 't 2de Voorstels des 12 b.Eucl., gelijck alle de Circkels des Cylinders tot alle de Circkels van de Conus. Nu / gelijck alle de draden van 't even-wydige vierkant ACDM zijn tot alle de draden van de drie-sydige figuer APDM, alsoo is na de stelling der ondeelbare van Cavallerius het even-wydige vierkant tot de drie-sydige figuer. En wederom gelijck alle de quadraten des Cylinders zijn tot alle de quadraten van d eConus, soo is oock de Cylinder tot de Conus. Waerom dan het even-wydig vierkant ACDM tot de drie sydige figuer APDM zijn sal / gelijck de Cylinder tot de Conus. Weshalven / nademael / na 't 10 Voorstel des 12 b. Eucl., de Cylinder driemael grooter is als de Conus, dan oock het even-wydig vierkant ACDM driemael grooter zijn sal als de drie-sydige figuer APDM of den ∆LAD drie begrijpt / van deselve deele sal de drie-sydige figuer APDM 1 begrijpen / en de haalve Parabola CAPD 2 / en oversulcx de gantsche LAPD 4. En blijckt alsoo / dat de Parabola LAPD is ghelijck 1½ mael de grootste triaangel LAD, die in deselve kan beschreven worden. 'Twelcke was het voorgestelde.

Anders