Dese ende de formen der voorgaende 31. en 32. diff. werden van Euclides inde volgende 34 prop. ghenaemt parallelogrammen: so dat voor parallelogram generalick verstaen wert, een viersydige figuer welcke de tegenoverstaende syden gelijckwijdich, en houcken ghelijck heeft.
Begeerten [Postulata].