1. So van de einden eener rechte linie, twee ander rechte linien getrocken werden, die malcander in een punt ontmoeten, dan sal't onmoghelick zijn, van de selve eynden, en op de selve sijde, twee ander linien, by malcander, en gelijck de eerste, te trecken, die in een ander punt versaemen.

    Ofte dat het onmogelick is va drie linien twee triangels te hebben, die niet souden op malcander passen, ofte ghelijck zijn.

  2. So van twee triangulen, twe sijden van d'een bysonder gelijck zijn twe sijden van d'ander, mede de derde sijden ghelijck: dan sullen mede de houcken van gelijcke sijden begrepen, gelijck zijn.

    Ofte van twee triangels haer sijden d'een d'ander gelijck zijnde, zijn mede haer houcken also gelijck.

  3. Een gegeven rechtlinischen houck in twee gelijcke deelen, te deelen.
  4. Een gegeven rechte linie, in twee gelijcke deelen, te deelen.

11.Hoe