- Van elck‾e triangel, zijn twe houcken,
hoemen die neemt, t'saemen
kleender als twee rechte houcken.
- In elcken triangel, is de langste sijde
over den wijtsten houck.
- In elcken triangel, is den wijtsten
houck, over de langste sijde.
Is de contrarie der 18.
- In elcken triangel, zijn altijt twee
sijden, hoemen die neemt,t'saemen
langer als de derde.
- So vande eynden eener sijde eens
triangels, twee rechte linien
ghetrocken werden, die malcander
inwendich ontmoeten, dese zijn minder
als de sijden des triangels, maer
maecken een grooter houck.
- Hoemen van drie rechte linien,
waer van altijdt de twee t'saemen
langher zijn als de derde, een triangel
maecken sal.
- Hoemen op een rechte linie, wt
een punt inde selve, een rechtlinischen
houck maecken sal, ghelijck
een gegeven rechtlinischen houck.
24.So