van ghelijcke hoochte.

  1. So een parallelogramen een triangel, eenen basis en gelijcke hoochte hebben, sal dan het parallellogram dobbel zijn teghen den triangel.
  2. Een parallelogram te maecken, gelijck een ghegeven triangel, hebbend een houck, gelijck een ghegeven rechtlinischen houck.
  3. In alle parallelogrammeen, zijn de supplementen, die nevens den diameter staen, malcander gelijck.
  4. Op een ghegeven rechte linie een parallellogram te maecken, gelijck een gegeven triangel, hebbende een houck, een gegeven rechtlinischen houck gelijck.
  5. Een parallelogram te maecken, geelijck een ghegeven rechtlinische figuer, hebbende een houck, een gegheven rechtlinischen houck ghelijck.
  6. Hoemen op een rechte linie, een quadraet maecken sal.
  7. In den rechthouckighen triangel,

is't