16,17,18 en 19 diff. des 7.boucks gestelt werden.

    Dit so zijnde mogen dan de gelijckformige propositien, welcke van Euclide ofte in grootheden int gemeen (als lengten, of superficien, of corpora), of in superficien, of in corpora, of in getallen, mede voor eene propositie verstaen werden.

  1. In alle parallelogrammen, wert een der selve parallelogrammen, welcke om den diameter staet, met beyde supplementen tsamen, een winckelhaeck [gnomon] genaemt.

    Eerste Propositie

    So van twee rechte linien, de eene gedeelt wert in so veel deelen alsmen begeert, dan zijn de rechthoucken van de deelen, en onghedeelde linie, t'samen so veel als den recht houck beyder linien.

    Exempel zy d'eene linie 12, gedeelt in 5,4,3 en d'ander linie 8. alsmen nu 8 met elcks een der deele multipliceert, dan zijn de comende producten 40, 32, 24 t'saemen 96, gelijck 't product van 12 maeckt 8.

    2.So