houck der derde sijde, en tweemael 'tverlengde stuck tot den perpendiculaer als eene linie, tsamen als lengte, en basis als breette.

  1. In de scherphouckige triangulen, is tquadraet der sijde over descherpen houck, minder, als beyde quadraten der andere sijden, om tweemael den rechthouck van een der sijden welcke den scherpen houck maecken, te weten, op welcke den perpendiculaer valt, ende de linie tusschen den perpendiculaer, en scherpen houck.

    Dese is een regel om in de scherphouckighe triangulen, door de drie syden, den inwendighen perpendiculaer te vinden.
    Can mede anders, en corter ghevonden werden aldus.
    In alle triangulen is de differentie beyder quadraten der syden over twee scherpe houcken, gelijck den rechthouck van de lengte der derde syde, en breette der differentie tusschen de selve derde, en tweemael 'tminste stuck ter syden den perpendiculaer wt den overstaenden houck op deselve derde syde vallende.

14.Te