ke gelijcke houcken hebben, ofte in welcke de houcken malcander gelijck zijn.

Eerste Propositie.

    Te vinden het centrum van een gegeven cirkel.

  1. So in de circumferentie eens circkels, twee punten nagevallen ghenomen werden, dan sal de rechte linie tot de selve getrocken, binnen den cirkel vallen.
  2. So in den circkel en rechte linie door't centrum passerende een ander die niet door'tcentrum gaet, in twee gelijcke deelen deelt, sal mede de selve rechthouckich doorsnijden: ende so hy die rechthouckich doorsnijt, sal die mede in twee gelijcke deelen, deelen.
  3. So inden circkel twee rechte linien malcander doorsnijden, also dat gheen van beyde door 'tcentrum passeren, dese en snijden dan malcander in gheen twee gelijcke deelen.

Is een


De woorden "gheen van" zijn doorgehaald. Daarboven is geschreven "niet".