Is een ghevolch der voorgaende 3.

  1. Twee circkels malcander doorsnijdende, en hebben gheen een centrum.
  2. Twee circkels inwendich malcander raeckende, en hebben geen een centrum.
  3. So indien diameter eens circkels eenich punt buyten 'tcentrum genomen wert, ende van't felve eenighe rechte linien tot de circumferentie ghetrocken werden dan is dese, in welcke het centrum is, de langste: ende de rest (tot den diameter) de kortste: maer van de andere, zijn die langer, welcke naerder de langste zijn, als die daer wijder af staen: ende alleen twee der selver, op elcx een der sijden des diameters, zijn malcander gelijck.
  4. So van eenich punt buyten den circkel eenige rechte linien inwendich den selven getrocken werden, dan is dese, welcke door 'tcentrum passeert, de langste: ende die dese naerder zijn, zijn langer, als die daer

wijder