zijnde, dan meerder werde als d'ander.

    Dat is, so van eenigetwe grootheden, de minste met eenich getal (als 2,3,10, 80,100,1000 etc.) gemultipliceert wert, ende dan meerder come als d'ander, werden dan geseyt sulcke grootheden, reden tot malcander te hebben.

    Exempel zy 3 en 5, alsmen hier van de 3 multipliceert met een ander getal, genomen 2, comt 6, welcke meerder is als het ander 5, werden daerom 3 en 5 geseyt reden tot malcander te hebben.

    Item van 7 en 100, alsmen het minste 7 met eenich getal (groot genouch) als 50,100,1000 etc. multipliceert comt 'telcken meerder als het ander, 100, daerom 7 en 100 werden ghesyet reden te hebben etc.

    VVaer mede Euclides te verstaen geeft (gelijck mede in de 3. defin ghetoont is) dat tusschen niet, en yet, geen reden is. Exempel by 0, en 1, want 0 met so groot ghetal gemultipliceert alsmen bedencken can, brengt altijt 0, dat is, datter niet comen sal, welcke de 1 te boven gaet.

    Ofte anders 0 verstaende voor de breet-

te eener