tal comende also E,F,G,H, dat dan so veel maet E grooter, of gelijck of minder bevonden wert als F, mede G so veel mael grooter, of gelijck of minder sal zijn als H, dit so bevindende sullen de vier ghetelde getallen in ghelijcke reden zijn, te weten, A 3, tot B 4, als C 6, tot D 8.

  1. De grootheden in ghelijcke reden, werden geproportioneerde grootheden [proportionales magnitudines] genaemt.

    Dat is dewijl 6 is tot 8 als 9 tot 12, werden daerom geproportioneerde grootheden genaemt.

    Oock is te weten dat alle gheproporitoneerde grootheden zijn genaemt Continuæ, ofte Discontinuæ.

    Continuæ (ofte geduerige) proportionaele grootheden, zijn, welcke een aen malcander hangende reden hebben.

    Exempel in 8,12,18,27 daer 8 en 12, 12 en 18, 18 en 27 alle eenderley reden hebben. 'Tselve verstaet mede in 81, 108, 144, 192, 256 etc.

    Discontinuæ (of ongeduerighe) proportionaele grootheden, zijn als 6,9, 8,12, daer alleen 6 tegen 9 is, als 8 tegen 12.

Item