3 - 5 - 2 - 4  
    5 3 5 3

    15 - 15 - 10 - 12
     
    3 - 8 - 4 - 5  
    6 3 6 3

    18 - 24 - 24 - 15

    van 24 en 20 (als 1

    1
    5
    ) is daerom de reden van 6 en 2 (als 3) oock meerder als va 8 en 4 (als 2) etc.

  1. Daer en can geen proportie ghestelt werden, op minder als drie termen.

    Also in de 4.defin. proportie is een ghelijckheyt der redens, ende de reden bepaelt is tusschen twee termen als in de 5.defin. daerom proportie can , ende mede niet minder, ghestelt werden, als tusschen drie continue termen.
    Exempel in 8,12,18, alwaer 8 is tot 12, als de selve 12 tot 18, zijnde also tweeghelijcke redens, als een proportie, onder drie termen.

  2. Als drie proportionaele grootheden zijn, wert gheseyt de reden der eerste en derde, dobbel te zijn, met van de eerste en twede: ende van vier, dat de reden van't eerste en vierde, drievoudich is't, met van de

eerste