eerste en twede &tc, ende so volgende van een meer, tot dat de proportie geeyndicht is.

    Dat Euclides hier verhaelt van dobbele, drievoudige, reden etc, wert niet simpelick verstaen datmen de selve met twee, drie etc, sal multipliceeren, maer dat de eerste in hem selven gemultipliceert, de dobbele, ende de selve dobbele met de eerste ghemultipliceert de drievoudighe reden voortbrengt etc, dat is, alsmen de eerste (of simpele) verstaet voor een linie, is de dobbele syn quadraet, en drievoudighe syn cubo etc.

    Exempel in dese continue proportionaele getallen 16, 24, 36, 54 ,81 etc, alwaer de reden van 16 en 24 is 
    2
    3
    , van 16 en 36, 
    4
    9
    , van 16 en 54,  
    8
    27
    , van 16 en 81,  
    16
    81
    , etc.
    Dat is 
    2
    3
      enckel zijnde is 
    4
    9
      syn dobbel,
    8
    27
    syn drievoudighe, en
    16
    81
    syn viervoudige reden.
    Ofte 
    2
    3
      voor een linie ghenoomen, is
    4
    9
    syn quadraet, 
    8
    27
      syn cubo, en
    16
    81
    syn quadraet gequadreert etc.

11.De