1. De grootheden werden geseyt gelijckformich [homologæ] te zijn, of eenderley reden te hebben, (te weten) de voorgaende met de voorgaende, en volghende met de volgende.
    A B C D  
    8 - 12 - 24 - 36

    Dat is, A tot B zijnde als C tot D, wert dan A gelijckformich gesproocken met C, ende B gelijckformich met D, dat is, als men (inden gulden regel) A 8, verstaet voor so veel guldens, zijn mede C 24, der selve guldens : Item B 12 mannen, zijn D 36 der selve mannen: Item A zijnde so veel roeden, huysen, wagens, vaten etc, zijn C mede so veel der selve roeden huysen etc. Item B zijnde so veel mijlen, passen, marcken, ponden, ducaten etc. werden mede D verstaen voor so veel der selve mijlen, passen etc.

  2. Verwisselde reden [alterna ratio] is als de voorgaende met de voorgaende, en volghende met de volgende vergeleecken wert.

Rechte