24- 8 
    6- 2

    18- 6

    Dat is, 24 drievoudich zijnde met 8, als mede 6 met 2, sal dan mede de rest 18, drievoudich zijn met de rest 6.

  1. Somen van twee grootheden, welcke ghelijcke maelen twee ghestelde zijn, sodanighe twee andere treckt, sullen de resten, of gelijck, of ghelijcke maelen deselve gestelde zijn,
     
    Zij    3 - 2 3 - 2  

    3
    5
    9 - 6 15 - 10
    6 - 4 9 - 6


    Rest    3 - 2 6 - 4
     

    Zy de ghestelde grootheden 3 en 2, dese elcx so veel mael genomen alsmen wil, als hier 3 mael, comen 9 en 6, ende van dese ghesubtraheert werden twee andere welcke mede elcx eenige gelijcke maelen de 3 en 2 zijn, als hier de 6 en 4, sullen de resten 3 en 2, ghelijck zijn met de gestelde, ofte eenige gelijcke malen de selve, als in de exempelen te sien is.

7.Ge


tekst doorgehaald, in kantlijn bijgeschreven "die men eenige malen gesteld sijn, da ….