1. Ghelijcke grootheden hebben eene reden, tot een ander: ende dese heeft gelijcke reden, tot ghelijcke grootheden.
    A B C D 
    3 3 3 2

    Dat is, de ghelijcke grootheden A, B en C hebben bysonder ghelijcke reden tot D: ende contrari D heeft gelijcke reden tot de bysondere gelijcke A, B en C.

  2. Van twee onghelijcke grootheden, heeft de meeste, de meeste reden tot een andere; ende de selve andere heeft meerder reden tot de minste, als tot de meeste.
      andere 
    12 - 8 5
    Zy de twee onghelijcke grootheden 12 en 8, ende andere 5, nu wert gheseyt dat de reden van 12 tot 5 (als 2
    2
    5
    ) meerder is, als van 8 tot deselve 5 (als 1
    2
    5
    )
    Item dat de reden van 5 tot 8 (als 
    5
    8
    ) meerder is als van 5 tot 12 (als 
    5
    12
    )
  3. De grootheden die elcks tot een andere, eens reden hebben, zijn ghelijck

lijck


tekst doorgehaald, bijgeschreven: deselve.
tekst doorgehaald, bijgeschreven: grootste / grooter / kleinste.
tekst doorgehaald, bijgeschreven: deselve.