lijck: ende mede zijn dese gelijck, tot welcke bysonder een andere eene reden heeft.

    Contr der 7.

  1. Van eenige grootheden, is dese de meeste, die de meeste reden tot een andere heeft: ende de selve andere, tot welcke sy de meeste reden heeft, is de minste.

    Contrarie der 8.

  2. Als eenighe redens, bysonder een andere reden gelijck zijn, zijn dan alle malcander gelijck.

    Is de I. gemeene bekentnis des I.boucx

  3. So so veel gheproportioneerde grootheden zijn alsmen wil, gelijck een der voorgaende, tot sijn volgende, also al de voorgaende, tot al de volgende.
    voorg. volg. voorg. volg. 
    2- 4 2- 3
    3- 6 6- 9
    4- 8 8- 12
    5- 10 10- 15


    14- 28 26- 39

    Dat is, als int eerste exempel 2, is tot 4, als 3 tot 6, 4 tot 8, en 5 tot 10, dan heeft mede 14 tot 28, de selve reden, 'Tselve verstaet mede int 2.exempel

13.So


tekst doorgehaald, bijgeschreven: ook zijn dese gelijck, tot welcke een andere deselve reden heeft.
tekst veranderd: "meeste" door "grootste" en "minste" door "kleinste".