1. So van eenighe grootheden, de 1. is tot de 2/ als de 3. tot de 4. ende de 3. tot de 4. heeft grooter reden, als de 5. tot de 6., dan sal mede de 1. tot de 2. grooter reden hebben als de 5. tot de 6.

    Dese is licht wt de 11.prop. deses, te mercken.

  2. So in vier gheproportioneerde grootheden, de 1 grooter is als de 3. sal mede de 2 grooter zijn als de 4: maer minder, oock minder: ende gelijck, mede gelijck.

    Besiet de volgende exempelen.

    1 2 3 4 
    4- 6 - 2 - 3
    6- 8 - 3 - 4
    5- 6 - 5 - 6
  3. De grootheden zijn tot malcander, als haer gelijcke maelen.

    Dat is ghelijck 12 tot 9, also 4 tot 3, dewijl de 12 en 9 elcx drie ghelijcke maelen de grootheden 4 en 3 zijn.

    4 3 
    12- 9
  4. So vier grootheden proportionael zijn, zijn verwisselt mede proportionael.

Dat is