1. So de geheele tot malcander zijn, als de afgetrockene, sullen mede de resten tot malcander zijn, als de geheele.
    12 - 8 geheele  
    3 - 2   getrocken

    9 - 6 resten

    Dat is, so 12 is tot 8, als 3 tot 2, fal dan mede 9 tot 6 zijn, als 12 tot 8.

  2. So van drie grootheden aen d'een, ende drie aen d'ander sijde, twee en twee in eene reden zijn, ende dat in ghelijcke reden de eerste grooter is als de derde, sal dan mede de vierde grooter zijn als de seste: ende ghelijck,gelijck: maer kleender, kleender.

    Besiet volgende 3 exempelen.

    A 18 -  81 D  A9 - 6 D A  4 - 3 D
    B12 - 54EB 12 - 8EB8 - 6E
    C8 - 36FC9 - 6FC12 - 9F

    Dat is, so A is tot B, als D tot E, ende B tot C, als E tot F, ende dan A grooter is als C, sal in de selve reden D grooter zijn als F: maer A ghelijck zijnde met C, sal mede D gelijck zijn.

met