Met F: Ende in sulcke reden A kleender is als C, is mede D kleender als F.

  1. So van drie grootheden aen d'een ende drie aen d'ander sijde, twee en twee in eene reden sijn, zijnde haer proportie beroert, ende dat in ghelijcke reden de eerste grooter zy als de derde, sal mede de vierde grooter zijn als de seste: ende ghelijck, gelijck: maer kleender, kleender.

    A12 - 18D  A6 - 4D  A6 - 2D
    B8 - 9EB8 - 3EB14 - 3E
    C4 - 6FC6 - 4FC21 - 7F

    Ghelijk de voorgaende 20.prop tracteert van grootheden in gheordineerde proportie (nade 18. defin.) luyt also dese van quantiteyten in beroerde proportie (na de 19. defin.) dat is, gelijck A tot B, also E tot F: Ende ghelijck B tot C, also D tot E: in sulcke reden nu A grooter is als C, sal mede D grooter zijn als F: maer A, C gelijck zijnde, sal mede D, F ghelijck zijn: ofte in sulcke reden A minder is als C, is mede D minder als F.

22.So