1. So veel grootheden zijn alsmen wil, ende mede so veel andere, welcke twee en twee ghenomen in eene reden zijn, dese in ghelijcke reden zijn geproportioneert.
    81 - 243 F 
    54 - 162 G
    36 - 108 H
    24 - 72 I
    16 - 48 K

    Dat is, als A tot B also F tot G : ende B tot C, als G tot H: Item C tot D also H tot I: ende D tot E als I tot K. Sal dan mede A tot E zijn als F tot K: ende A tot D als F tot I: ofte C tot E als H tot K etc.

  2. So van drie grootheden, ende mede so veel andere, twee en twee in eene reden, ende beroerde proportie zijn: zijn dese in gelijcke reden geproportioneert.
    12 - 6 D 
    8 - 3 E
    4 - 2 F

    Dat is, als A tot B, gelijck E tot F, ende B tot C, als D tot E: sal dan mede A tot C zijn, als D tot F.

  3. So de 1. is tot de 2., als 3. tot de 4., ende 5. tot de 2., als de 6 tot de 4.

de 4.