Besiet hier van de 11. des 2, en 30. deses.

  1. De hoochte van elcke figuer, is den perpendiculaer, ghetrocken van 't bovenste op den basis.

    Als den perpendiculaer vallende wt eenighen houck op de tegenoverstaende, of verlengde syde eens triangels: welcke perpendiculaer alhier, als mede in eenige viercante superfitien, alwaer de selve rechthouckich wt eene syde, mede rechthouckich op de teghenoverstaende, of verlengde der selve, vallende, (ten aensien haerer metingen) voor de breette, somwijlen mede voor de lengte der figuer verstaen werden.
    Item in corpora, als colommen piramides, bergen, huysen, torens, etc. is de hoochte, den geymagineerden perpendiculaer, vallende van't opperste deel, inwendich door de selve, op, of in der verlengde basis.

  2. Eenighe quantiteyten van redens met malcander ghemultipliceert, brengen een ander reden, so groot als alle die t'saemen.

Exempel