ken houck hebben, ende de sijden om de selve geproportioneert zijn, sullen mede sulcke triangels ghelijckhouckich zijn: waer van dese gelijck zijn, over welcke de sijden in gelijcke reden zijn.

    Dese, als mede de voorgaende 5, en volghende 6. zijn confectarien der 4. deses.

  1. So twe triangulen elcx eenen houck gelijck hebben, ende de sijden om een ander houck geproportioneert, zijnde de derde houcken van een geslacht, dan zijn de selve triangulen gelijckhouckich, waer van dese ghelijck zijn, om welcke de sijden geproportioneert zijn.
  2. So van den rechthouck eens triangels een perpendiculaer getrocken wert op den basis, dan sullen de triangulen aen beyde sijden malcander, en mede bysonder den gantschen triangel gelijckformich zijn.
  3. Van een recht linie een begeert deel te snijden.

10.Een