ken houck hebben, ende de sijden
om de selve geproportioneert zijn,
sullen mede sulcke triangels
ghelijckhouckich zijn: waer van dese
gelijck zijn, over welcke de sijden
in gelijcke reden zijn.
Dese, als mede de voorgaende 5, en
volghende 6. zijn confectarien der 4.
deses.
- So twe triangulen elcx eenen houck
gelijck hebben, ende de sijden om
een ander houck geproportioneert,
zijnde de derde houcken van een
geslacht, dan zijn de selve triangulen
gelijckhouckich, waer van dese
ghelijck zijn, om welcke de sijden
geproportioneert zijn.
- So van den rechthouck eens triangels
een perpendiculaer getrocken
wert op den basis, dan sullen de
triangulen aen beyde sijden
malcander, en mede bysonder den
gantschen triangel gelijckformich
zijn.
- Van een recht linie een begeert
deel te snijden.