1. Een rechte linie te deelen, gelijckformich met een gegeven gedeelde linie.
  2. Nevens twe rechte linien een derde proportionael linie te vinden.
  3. Nevens drie rechte linien een vierde proportionael linie te vinden.
  4. Tusschen twee rechte linien de middelproportionael linie te vinden.
  5. Van de ghelijcke parallelogrammen, met een gelijcken houck, zijn de sijden om de selve in wederkeerige reden: ende welcke parallelogrammen eenen ghelijcken houck hebben, ende de sijden om de selve in wederkeerighe reden zijn, zijn gelijck.
  6. In de gelijcke triangulen, met eenen gelijcken houck, zijn de sijden om de selve in wederkeerige reden: ende de triangulen welcke eenen ghelijcken houck hebben, ende de sijden om de selve in wederkeerige reden zijn, zijn gelijck.

16.So