Een recht linie na de wterste en
middelreden, te deelen.
Dese operatie is gedaen in de 11. des 2.
boucks.
In de rechthouckige triangulen, is
de figuer der sijde over den rechten
houck, gelijck beyde sodanige
gelijckformighe figueren op elcks der
ander sijden.
So van twe triangulen, elcks twee
sijden bysonder gheproportioneert
zijn, ende also gestelt, dat de sijden
in gelijcke reden, parallel zijn, dan
sulllen de twe ander sijden, recht in
eene linie staen.
In gelijcke circulen zijn de houcken
so aen't centrum, als aen de
circumferentie, tot malcander (in
reden) als de circumferentien onder
de selve: desghelijcks zijn mede de
deelers tot malcander.