1. Een recht linie na de wterste en middelreden, te deelen.

    Dese operatie is gedaen in de 11. des 2. boucks.

  2. In de rechthouckige triangulen, is de figuer der sijde over den rechten houck, gelijck beyde sodanige gelijckformighe figueren op elcks der ander sijden.

SE-

houckghevoucht wert ghelijck het vierde deel desquadraets der kleenste en de minder van een quadraetfiguer en de dat den rechthouck deselve grootste linie deelt in deelen incommens in lengte dan fal de grootste linie meer vermoghen als de kleenste want quadraeteener linie welcke hem sal zijn incommens in lengte ende soo de grootste meer vermach als de kleenste want quadraet eener linie die zy incommensin een rechthouck op de grootste lini gelijck het vierde deel des quadraets der kleenste en de minder van een quadraetfiguer dan fal den rechthouck de grootste linie deelen in deelen incommenfin lengte zo Den rechthouck begrepen van twe rationale linien commensin lengte na eenige der voorseyde manieren is rationael 1 Soo een rationale rechthouck een der sijden rationael heeft sal dan me de d ander sijde rationael hebben ende deselve zijn onder maleanders commenfin lengte 22 Den TI EN DE BovcK 142