1. Al de plattehoucken van een corporalen houck zijn tsamen minder als vier rechte houcken.
  2. Het is doenlijck een corporalen houck te maken, van drie platte houcken, begrepen van ghelijcke linie, als twe der selve tsamen meerder zijn als de derde, en de de drie tsamen kleender als vier rechte houcken.
  3. Een corporalen houck van drie platte houcken te maecken, die tsamen minder zijn als vier rechte houcken, mede als twe der selve tsamen meerder zijn als de derde.
  4. Van de Corpora begrepen met ses parallelle vlacken, zijn de teghenoverstaende, ghelijck ende parallellogrammen.
  5. Ee corporael parallelepipedum gesneden zijnde door een vlack parallel teghen de tegenover staende zijden, zijn dan de stucken tot malcander als haer basis.
  6. Op een rechte linie, uyt een ghegheven punt, in de selve een corporalen houck te maecken, een ander corporalen houck ghelijck.

27 Op