Aenhang van simpele meet-konstige werck-stucken

Voorgaende so hebben wy van Simpele Meet-konstige Werckstucken gehandelt / voor soo veel deselve op 't veldt als op een oneyndig plat vlack te practiseeren zijn / stellende / dat men daer op tot alle plaetsen komen kan / niet anders gelijckmen in 't gemeen verstaet / dat de Werckstucken van Euclides en andre ontbonden worden / te weeten / op 't welck men begeert: datmen van yder gegeve punt tot yder ander gegeve punt een rechte liny trecken mach: ende deselve aen weder-zyden in 't oneindig recht uyt verlengen:item tot yder plaets een rondt beschrijven / so groot als men begeert:
In somma daer alles op kan verricht worden / watter in de Meetkonst gemeenlijck te doen voor-valt / sonder eenichsins aen eenige bepaelde of uyterste plaets gebonden te wesen. Maer aangesien het in de * Meet-daet dickwils gebeurt / datmen sonder onderscheyt niet allenthalven op sodanig een vlack komen kan / ghemerckt het selve alleen tot eenige plaetsen beganckelijck is / maer tot andre onbeganckelijck / te weeten / met waters / morassen / grachten en slooten belemmert / waer door veel punten (andersins ghegeven) ongenaeckelijck zijn; en 't selve wederom tot eenige plaetsen met geboomte of bosschagie is beplant / tot andre met huysen / steden / en dorpen bebouwt / oft oock met landt-scheydingen / heuvelen / en diergelijcke uytstekentheden beset / waerdoor verscheyde punten alleen tot eenige plaetsen sichtbaer en tot andre onsichtbaer zijn / veroorsaeckende / datter verscheyde streckingen of royingen / die men anders voor gegeve linien nemen kan / hier door onseecker ende als niet gegeven zijn: Soo blijckt / datter / in de voorgaende en andre Simpele Werckstucken op 't veldt te verrichten / verscheyde dingen te betrachten voor komen / dewelcke wy / om datse niet als vooren geschieden konnen / dan goet gedacht hebben in desen Aenhang eeniger maten aen te wijsen en te leeren volbrengen. Waer toe ick dan te meer ben opgeweckt en genegen geweest / vermits my voor eenigen tyt seecker tractaet in handen gekomen is / genaemt Geometria Peregrinans, zijnde een Dialogus of t'samen-spraeck tussen d'Arithmetica en Geometria, in dewelcke die als Gezusters ghespreck houden over haere verscheyde bejegeningen / en met malcander van de ghelegentheyt des tyts gheleerdelijck discoureren. Het welck dan zijnde gedruckt sonder naem des Auteurs en Druckers / als mede sonder aen te wijsen / waer en in wat Jaer het selve

van